Vismigratie rond de Nieuwe Waterweg van start

Provincie Zuid Holland

Hoek van Holland 20.09.2017 - Vissen krijgen de komende jaren meer mogelijkheden om via de Nieuwe Waterweg van zee naar zoetwater en terug te zwemmen.

Ook komt er op verschillende plekken langs de Nieuwe Waterweg meer beschutting en leefruimte voor vissen. Dat staat in een ‘Routekaart’ die op 18 september 2017 werd ondertekend door Rijkswaterstaat, de provincie Zuid-Holland, de hoogheemraadschappen van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard en het waterschap Hollandse Delta.

“Vissen laten ons zien hoe het is gesteld met de waterkwaliteit. De meeste soorten gedijen alleen bij een goede waterkwaliteit. En ze moeten het binnenwater ongehinderd kunnen bereiken. Daar zetten wij ons als provincie graag voor in”, aldus gedeputeerde Rik Janssen, die namens de provincie Zuid-Holland de Routekaart ondertekende.

De Nieuwe Waterweg is de belangrijkste open verbinding voor trekvis van zee naar het zoete water van de boezems en polders. Tussen rijkswater en de boezem- en poldergebieden bevinden zich echter barrières als dijken, sluizen en gemalen. De verschillende waterbeheerders hebben in de periode 2009-2015 al de nodige maatregelen uitgevoerd zoals de aanleg van vispassages, visvriendelijke gemalen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

Routekaart
De ‘Routekaart voor Vismigratie- en Habitat Nieuwe Waterweg’ die nu is ondertekend, bevat een aantal nieuwe maatregelen en laat vooral ook de samenhang daartussen zien. Hierdoor kan de samenwerking tussen de inspanningen van de verschillende waterbeheerders verder geoptimaliseerd worden. De Routekaart is ondertekend door Rijkswaterstaat, de provincie Zuid-Holland, de hoogheemraadschappen van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard en het waterschap Hollandse Delta.

Europese Kaderrichtlijn Water
Op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water is de provincie samen met andere waterbeheerders verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit. In 2016 heeft de provincie samen met de waterschappen een uitgebreide vismonitoring gedaan van de provinciale sluizen. De belangrijkste conclusie was dat de hoeveelheid vis die migreert nog beperkt was, maar er werden al wel stroomminnende soorten zoals de riviergrondel en de paling waargenomen. Door het uitvoeren van zogenoemde ‘loze schuttingen’ (dus zonder dat er schepen passeren) bij schemering en na zonsondergang kunnen de aantallen trekvissen die de sluis weten te passeren naar verwachting flink toenemen. De provincie wil verder onderzoeken hoe er op door de provincie beheerde vaarwegen en in de ecologische verbindingszones van het Natuur Netwerk Nederland meer ruimte voor vissen kan worden gerealiseerd.