Wat gaat het worden met de hondenbelasting?

Geplaatst door Westlanders.nu op 26/07/2013 06:04 - Gewijzigd op 31/07/2013 21:31

Westlanden 26.07.2013 - De juridische strijd om de hondenbelasting is nog niet voorbij; aanleiding hiervoor was een uitspraak van het gerechtshof begin dit jaar in Limburg, dat de belasting onrechtmatig is.   

Hierop is de gemeente Sittard-Geleen tegen de uitspraak naar de Hoge Raad gestapt. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseerde hierop aan alle gemeentes die de hondenbelasting op dit moment gebruiken om de gemeentekas te spekken, de belasting gewoon te blijven innen zolang de zaak nog loopt.

In gemeente Westland wil het College de belasting, die vorig jaar opnieuw werd ingevoerd, handhaven maar in de gemeenteraad willen steeds meer raadsleden ervan af.

Mocht de Hoge Raad zich neerleggen bij de beslissing van het gerechtshof dan kunnen hondenbezitters hun geld terugvragen bij de gemeente. De Advocaat Generaal heeft echter op 18 juli de Hoge Raad het volgende advies gegeven;

Advocaat Generaal: gemeenten mogen opbrengsten hondenbelasting vrij besteden

Gemeenten zijn vrij de opbrengsten van hondenbelasting naar eigen inzicht te besteden. Dat adviseert advocaat-generaal IJzerman de Hoge Raad in zijn conclusie van 18 juli jl. In de wet ligt vast dat hondenbelasting geen bestemmingsbelasting is maar een algemene belasting. Met andere woorden: de gemeente hoeft de opbrengsten niet te gebruiken voor bijvoorbeeld het aanleggen van uitlaatplaatsen of het opruimen van hondenpoep, maar bepaalt zelf wat ze met het geld doet.

Gelijkheidsbeginsel

In deze zaak is een inwoonster van de gemeente Sittard-Geleen opgekomen tegen een aanslag van hondenbelasting. In hoger beroep oordeelde het hof begin dit jaar dat er geen objectieve grond bestaat voor het onderscheid dat de gemeente maakt tussen hondenbezitters en niet-hondenbezitters.

Dit omdat kosten die voortkomen uit het bezit van honden geen rol spelen bij het heffen van hondenbelasting. Het hof ziet daarin een schending van het gelijkheidsbeginsel zoals dat is verankerd in de Grondwet (ECLI:NL:GHSHE:2013:BY9350).
Het college van B&W van Sittard heeft tegen deze uitspraak van het hof cassatie ingesteld.

Ongelijke gevallen

Volgens de advocaat-generaal maakt de wet een onderscheid tussen bezitters van een hond die hondenbelasting moeten afdragen en mensen die geen hond hebben en die dus geen hondenbelasting betalen. Er is daarom geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen maar van ongelijke behandeling van ongelijke gevallen. Een schending van het gelijkheidsbeginsel tussen ongelijke gevallen kan zich voordoen maar dan moet het gaan om ernstige ongelijkheid. De advocaat-generaal vindt dat daarvan met een aanslag van € 55,44 geen sprake is.

Hondsdolheid

Het hof vraagt een rechtvaardiging voor de hondenbelasting die geen steun vindt in het recht, aldus de advocaat-generaal. Dit omdat het recht niet eist dat de opbrengst aan hondenvoorzieningen wordt besteed.
Hondenbelasting werd in de 19de eeuw ingevoerd om met het oog op de ziekte hondsdolheid het aantal ‘onnodige’ honden in de openbare ruimte te verminderen. Vanaf 1970 is het een algemene gemeentebelasting die tot doel heeft de gemeente van inkomsten te voorzien.

Conclusie

Een conclusie is een rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad. Een advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.
Het parket bij de Hoge Raad kan zich over een door de Hoge Raad te beoordelen zaak niet anders uitlaten dan in het kader van de conclusie en is dan ook niet in de gelegenheid tot het geven van nader commentaar.