Conflict met ambtenaar kost gemeente veel geld

Geplaatst door Westlanders.nu op 18/01/2013 11:37 - Gewijzigd op 18/01/2013 11:51

Westland 18.01.2013 - De fractie LPF Westland heeft het College in een op 6 december 2012 ontvangen brief een vraag gesteld over de ambtelijke organisatie.

Ingevolge het bepaalde in artikel 26 van uw "Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad", beantwoorden zij deze vraag als volgt: (foto.loeigoeiezuivel.nl)

Vraag 1

Wat is de aanleiding geweest om een op het oog goed functionerend afdelingshoofd ROV met onmiddellijke ingang begin oktober jl. op non-actief te stellen.

Antwoord 1

Het college doet geen uitspraken over individuele personeelsaangelegenheden. De bevoegdheid tot het nemen van dergelijke besluiten is bovendien een wettelijke aan het college toegekende bevoegdheid.  

Vraag 2

Het afdelingshoofd ROV valt beleidsinhoudelijk onder de wethouder die verantwoordelijk is voor ROV, niet zijnde de wethouder P&O. Is de voor ROV verantwoordelijke wethouder geconsulteerd over de aantijgingen die tegen het desbetreffende afdelingshoofd zijn gedaan en heeft de wethouder ROV deze argumenten onderschreven?

Antwoord 2

Uw veronderstelling dat ROV beleidsinhoudelijk onder één bestuurder valt is niet juist. Deze afdeling valt beleidsinhoudelijk rechtstreeks onder vijf bestuurders. Besluitvorming over personeelsaangelegenheden is gemandateerd aan de directie.

Vraag 3

Is het college steeds volledig geïnformeerd en ook vooraf over het plan van de directie omtrent deze non-actiefstelling, is dit voornemen ook door het college onderschreven en is de verantwoordelijk wethouder waaronder ROV valt akkoord gegaan met het uiteindelijke besluit?

Antwoord 3

Het college is van tevoren door de directie geïnformeerd.

Vraag 4

Welke kosten zijn er tot nu toe gemoeid met het inhuren van een interim-manager op de post van het naar huis gestuurde afdelingshoofd en voor hoe lang zijn er met deze interim-manager afspraken gemaakt voor de betreffende werkzaamheden?

Antwoord 4

De interim-manager is ingehuurd voor de periode van 16 oktober 2012 tot 1 januari 2013 voor een bedrag (afgerond) van € 36.000. Het gaat hier om een medewerker met een staat van dienst bij onze organisatie die al bekend is met de diverse opgaves en ontwikkeltrajecten die wij voor ogen hebben binnen onze organisatie. De genoemde kosten vallen binnen het p-budget.      

Vraag 5

Hoeveel kosten zijn er in de deze collegeperiode (of vanaf 2010) gemoeid met het afscheid nemen van afdelingshoofden en teamleiders zoals o.a. de projectleiders van het gemeentehuis? Zowel t.a.v. doorbetalingsverplichtingen salaris terwijl men op non actief is gesteld als wel andere kosten voor herplaatsing en eventuele juridische kosten/proceskosten?

Antwoord 5

Het gaat om drie gevallen in deze bestuursperiode. De kosten kunnen we niet openbaar maken daar sprake is van constructies die onder geheimhouding door beide partijen contractueel zijn vastgelegd. Bovendien is het doen van herleidbare uitlatingen over dit soort afspraken strijdig met onze opvattingen over de integriteit jegens onze (voormalige) medewerkers.

Feit blijft dat het college opereert binnen de door uw Raad vastgestelde financiële kaders en conform de rechtspositionele bepalingen van de CAR/UWO (Centrale arbeidsvoorwaarden regeling / Uitwerkingsovereenkomst). In dit verband verwijzen wij u naar de jaarrekening.

Vraag 6

De voorzieningenrechter heeft in voorlopige uitspraak bepaald dat alle punten waarvoor het desbetreffend afdelingshoofd is weggestuurd, ten onrechte zijn gesteld. Dat is niet een klein beetje miskleunen maar fors. Het komt zelden tot zo’n uitspraak. Heeft het college en de verantwoordelijk wethouder P&O niet zelf een inschatting kunnen maken op de zwaarte van de aantijgingen en de juiste beargumentering? Of is men geheel afgegaan op het advies van de directie?

Antwoord 6

Zoals eerder gesteld is dit besluit in mandaat genomen. Naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter hebben wij deze kwestie met de directie geëvalueerd. 

Vraag 7

Los van de zaak om het op non-actief gezette afdelingshoofd, is in ieder geval door onze fractie, maar weten we dat ook van andere raadsleden, geconstateerd dat de afgelopen twee jaar de kwaliteit van de organisatie zienderogen achteruit gaat. Eerder is de kwaliteit en tijdigheid van aangeleverde stukken voor raadsbesluiten genoemd, maar ook de verhoudingen op de werkvloer zijn ons ter ore gekomen. Kan het college aangeven of zij zich herkent in deze geluiden en kan het college aangeven wat de reden kan zijn voor onze constateringen en hoe de kwaliteit verbetert kan worden op korte  termijn?

Antwoord 7  

Het college herkent zich niet in de door u geschetste beelden. Dit neemt niet weg dat wij ons er van bewust zijn dat de bezuinigingstaakstelling op de organisatie, de noodzaak tot inkrimpen, de veranderende takenpakket als gevolg van ontwikkelingen als bijvoorbeeld: digitalisering en de decentralisaties, zorggevoelens kunnen oproepen bij diverse medewerkers. Een zorggevoel dat wij serieus nemen en niet zomaar willen wegpoetsen. Daarom heeft ons college vanaf het begin van deze bestuursperiode het standpunt ingenomen om geen concessies te doen aan het ingezette ontwikkelspoor en daarmee de organisatieontwikkeling te ontzien in de bezuinigingsmaatregelen. Dit betekent dat we ontwikkelstappen maken op drie niveaus: processen, structuur en cultuur.

Vraag 8

Onze fractie constateert met regelmaat dat de organisatie zich bezighoud met randzaken, zoals bijvoorbeeld rondom de kwestie metropoolregio waarvoor de gemeenteraad in ieder geval geen opdracht heeft gegeven en andere bijzaken. Verder is eerder al geconstateerd dat er dubieuze sturing is geweest op het dossier nieuw gemeentehuis en de daarbij behorende rapporten van DHV. Maar ook de kwestie rondom de BTW in het project Nieuwe Water, waar Westland voor 9 miljoen euro door de fiscus op de vingers is getikt, is hier een mooi voorbeeld van. Is het college van mening dat de competentie en bestuurlijke ervaring van de directie op het niveau is van een 100.000 inwoner gemeente en zo ja kan het college dit dan voor ons motiveren?

Antwoord 8

De beelden die u schetst over de ambtelijke organisatie danwel andere zaken deelt het college niet. Onze organisatie is in 2004 ontstaan uit de samenvoeging van vijf (relatief) kleine organisaties. De schaalsprong naar een organisatie van een 100.000 gemeente ging niet vanzelf. Het gemeentebestuur na de fusie was ervan bewust dat het aannamebeleid van de medewerkers moet aansluiten bij de ambitie om de genoemde schaalsprong te kunnen maken. In dat kader is het evident dat gaandeweg het personeelsbestand wijzigingen ondervindt.

De directies van na de fusie zijn aangenomen omdat ze geschikt zijn voor een 100.000 gemeente. Daarmee zijn zij capabel om het reeds ingezette ontwikkelspoor voor de organisatie uit 2008 onverkort door te zetten.                

Overigens de kwalificaties die u noemt, met betrekking tot bijvoorbeeld de Metropool, onderschrijven wij niet. Wij willen hierbij benadrukken dat deze ontwikkeling van wezenlijk belang is voor de regionale positionering van Westland. In dat kader zijn juist vanuit de Raad diverse initiatieven in gang gezet om het standpunt van Westland, rondom dit vraagstuk, kenbaar te maken.   

Vraag 9

Hoe verklaart het college de armoedige juridische beeldvorming die er van onze gemeente is? Heeft het college en dan met name de verantwoordelijk wethouder P&O voldoende zicht op de omvang en kwaliteit van de juridische afdeling en wat is bijvoorbeeld het aannamebeleid van personeel op deze belangrijke afdeling?

Antwoord 9

De opvattingen die u nahoudt ten aanzien van de juridische kwaliteit delen wij niet. Het is een gegeven dat er sprake is van een toenemende juridisering van de samenleving. Dit heeft implicaties voor de wijze waarop de omgeving omgaat met de interventies en besluiten van de overheid in het algemeen en een gemeente in het bijzonder. Met andere woorden de acceptatie van overheidsbesluiten is geen gegeven. Dit verklaart dat een gemeente van onze omvang frequenter te maken heeft met juridische procedures waarvan maar een beperkt aantal en vooral de negatieve voorbeelden de publiciteit halen en in de beeldvorming worden vergroot.

Ten aanzien van het aannamebeleid is de lijn binnen onze organisatie mensen aan te nemen die het vermogen en de potentie hebben om toegevoegde waarde te hebben die past binnen het ontwikkelperspectief van de gemeente en haar ambtelijke organisatie.    

Wij gaan er vanuit uw vraag met deze brief te hebben beantwoord.

Burgemeester en wethouders van Westland,

de secretaris,                       de burgemeester,

 

 

M. van Beek

 

 

J. van der Tak