Samenwerken aan innovatie opslag warmte in de ondergrond

Provincie Zuid Holland

Westland 11.10.2017 - Zuid-Holland gaat participeren in een samenwerkingsverband om effecten van opslag van water met een hoge temperatuur

in de ondergrond te onderzoeken. Zo kan de CO2-uitstoot circa 50% minder worden.

Om een klimaatbestendige provincie te realiseren is vermindering van de uitstoot van CO2 nodig. De glastuinbouw kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren door opslag van water met een hoge temperatuur in de ondergrond. Op deze manier kan verbranding van fossiele brandstoffen en daarmee de CO2-uitstoot met ongeveer 50% worden teruggebracht.

Samenwerking
Het samenwerkingsverband wordt aangegaan om de al 2 jaar lopende pilot bij Koppert Cress de komende 3 jaar met behulp van een innovatiesubsidie van het ministerie van Economische Zaken af te kunnen ronden. Deze samenwerking past binnen het landelijk initiatief voor een nieuwe impuls aan de Greenports (Greenports 3.0), waarbinnen energie één van de leidende thema’s vormt. Zuid-Holland geeft hier zelf actief inhoud aan als trekker van dit onderdeel bij de Herstructurering en Ontwikkeling Tuinbouw in de Greenport Westland/Oostland.

Column; Woon ik in Westland of in het Westland!

Onderzoek
Infiltratie van water met een hogere temperatuur dan 30 graden Celsiu is door Zuid-Holland tot nu toe namelijk niet toegestaan, omdat dit mogelijk negatieve effecten op de omgeving kan hebben. Uit vooronderzoek blijkt dat deze effecten op het glastuinbouwbedrijf van Koppert Cress, waar dit onderzoek plaatsvindt, naar verwachting geen nadelige effecten op zullen leveren. Dit moet in de praktijk echter wel getoetst worden. In 2015 is reeds gestart met dit onderzoek met financiering door de provincie Zuid-Holland en het ministerie van Economische Zaken. De samenwerking is uitgebreid, zodat naast de provincie nu ook de betrokken bedrijven bijdragen aan het onderzoek. Het ministerie van EZ financiert ook een deel van het onderzoek via hun innovatie programma Topconsortia voor Kennis en innovatie (TKI).

Het onderzoek wordt nu uitgevoerd samen met het glastuinbouwbedrijf Koppert Cress, Bart van Meurs Projectontwikkeling, Vyverberg Advies B.V., Brabant Water en KWR Watercycle Research. Een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden vormt monitoring van mogelijke effecten van de opslag van warmte en het bepalen van de reductie van de CO2-emissie. KWR zal dit project coördineren en de monitoringrapportages verzorgen. De onderzoekspartijen vragen voor de uitvoering van het gehele project subsidie aan bij het ministerie van Economische Zaken. De provincie heeft hiervoor nu een subsidiebedrag van €50.000 euro toegezegd.

Resultaten
Begin 2020 worden de resultaten van dit onderzoek verwacht. Uit het vooronderzoek blijkt dat er tenminste 50% reductie van de CO2-emissie ten opzichte van de situatie zonder HTO (opslag van water met hoge temperatuur) kan worden gerealiseerd. In het onderzoek wordt ook de verspreiding van het warme water in de ondergrond gevolgd. Die wordt op tenminste 40 meter diepte geïnfiltreerd. De verwachting is dat de warmte zich niet naar het hoger gelegen waterpakket op circa 25 meter diepte zal verspreiden.

Tot slot worden de chemie en de microbiologie in het grondwater gevolgd. Deze kunnen wijzigen door temperatuurstijging, maar uit het vooronderzoek is ook gebleken dat de te verwachte veranderingen in het grondwater gering zijn. De provincie ziet graag dat de samenwerking tussen de partijen, bij gebleken positieve uitkomsten van deze pilot, vanaf 2020 wordt voortgezet.