2 jaar celstraf geëist in hoger beroep tegen mensensmokkelaar

Openbaar Ministerie

Schipluiden 19.04.2016 - De advocaat-generaal (OM) in Arnhem heeft in hoger beroep 24 maanden cel waarvan zes maanden voorwaardelijk

met een proeftijd van drie jaar geëist tegen een 35-jarige man uit Schipluiden. In de visie van het OM heeft hij zich in de periode maart tot en met september 2014 schuldig gemaakt aan mensensmokkel van vijf personen uit Syrië en Irak. De smokkel ging echter niet per boot(jes) maar via ‘luxe’ vliegreizen met een gerenommeerde vliegmaatschappij. Deze zaak is een van de eerste grote mensensmokkelzaken in hoger beroep na de enorme toename van Syrische vluchtelingen vanaf 2014.

De werkwijze van verdachte en zijn medeverdachten was even simpel als effectief. Vluchtelingen vlogen op hun eigen paspoort naar een land zonder visumplicht voor hen, zoals Turkije of Libanon, en maakten een tussenstop in Abu Dhabi. Bij de transito kregen de vluchtelingen van de smokkelaar (in een aantal gevallen verdachte zelf) een EU-paspoort met een bijbehorende boarding pass. Soms was er sprake van een vals paspoort met een foto van de betreffende vluchteling, soms werd er gebruik gemaakt van een gestolen of vermist paspoort met een foto van een persoon die leek op de vluchteling (‘look-a-like’). Vervolgens gingen de vluchtelingen, begeleid door verdachte of een van zijn mededaders, op hun valse identiteit aan boord van een vlucht naar Amsterdam. In transito vond geen paspoortcontrole meer plaats. Gedurende de vlucht werd het ‘valse’ paspoort vernietigd, verborgen of ingenomen door de ‘begeleider’. Bij aankomst in Amsterdam werden zij verlaten door hun begeleider en meldden de vluchtelingen zich bij de IND om daarna asiel aan te vragen.

De smokkels hadden hun prijs: per persoon kostte een ‘complete’ (papieren, tickets, begeleiding en aankomst ‘garantie’) reis tussen de € 9.000 en € 12.000. Als er ‘alleen’ papieren, contacten en adviezen werden ‘geleverd’ was de prijs omstreeks € 5.000.

Verdachte, zelf gevlucht uit Syrië in 2005, wordt gezien als de hoofdverdachte. Hij is in de visie van het OM de grote organisator. Hij regelde de route, de paspoorten, de tickets, de begeleiding van de reis en de afwerking van de betaling, als dat nog niet vooraf geregeld was. Hij maakte in Nederland en daarbuiten gebruik van de diensten van andere medeplichtigen.

Een deels onvoorwaardelijke celstraf doet recht aan de ernst van de feiten, zo vindt de advocaat-generaal. “Dat geen sprake was van ‘mensonterende toestanden’ die mensensmokkel zo schrijnend maken doet niets af aan de geldzucht van verdachte. Hij verdiende grof geld aan diegenen die de ‘luxe’ smokkel konden betalen. Ook bij hen was sprake van leed en ook zij waren kwetsbaar. En of er nu sprake was van vliegen of varen: de gesmokkelde mensen stonden er, na aankomst in het ‘bestelde’ land, helemaal alleen voor en was er ondanks de mooie woorden van de smokkelaars geen enkele garantie dat zij konden en mochten blijven. Daarin waren de smokkelaars niet geïnteresseerd”, aldus de advocaat-generaal.

De rechtbank veroordeelde de verdachte, conform de eis van de officier van justitie, tot dezelfde straf als die vandaag in hoger beroep is geëist. Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.

Uitspraak (naar verwachting) over twee weken.