College geeft uitleg over Grote brand de Vloot

College Maassluis

Maassluis 06.02.2015 - De fractie van Verenigde Senioren Partij heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college over de grote brand bij De Vloot.

Het college heeft de vragen als volgt beantwoord.

Vraag 1: Is het bij het college bekend of er voor calamiteiten in en rond ‘De Vloot’ een rampenplan bestaat, waarin alle partijen bij betrokken zijn?

Ja, dat plan is er, het “Gemeenschappelijk Ontruimingsplan De Vloot d.d. 20 mei 2014”. Het is in overleg met alle partijen uit De Vloot (Careyn, Gemiva, VraagRaak, StOED, Seniorenwelzijn, SKM en Albeda) opgesteld onder voorzitterschap van Maasdelta met inbreng van een deskundige partij. Ook de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft meegekeken en input geleverd. Bij het gemeenschappelijke ontruimingsplan gaat het om calamiteiten die meerdere gebruikers raken en voor gemeenschappelijke ruimtes. Elke individuele partij heeft voor haar eigen (deel)locatie ook een eigen BHV-/ontruimingsplan.

Vraag 2: Is er voor dergelijke situaties een evacuatieplan?

Een evacuatieplan is een onderdeel van het ontruimingsplan.

Vraag 3: Is er een coördinerende instantie/persoon voor alle partijen die gebruik maken van het gebouw die de leiding neemt/heeft?

In het plan is opgenomen dat de partijen uit De Vloot hierover met elkaar als gebruikers afspraken maken. Deze afspraken zijn inmiddels ook gemaakt en vastgelegd.

Vraag 4: Zijn er protocollen die afgestemd zijn met alle belanghebbende partijen?

Er is een gemeenschappelijk ontruimingsplan met afspraken. Zie de antwoorden bij vraag 1 en 5.

Vraag 5: Is de communicatie geregeld met de verschillende partijen zo ja, op welke wijze?

Zie ook het antwoord bij vraag 1. In het genoemde plan is een aantal zaken opgenomen, zoals een situatietekening, de verzamelplaatsen, gebouw-/installatie-/organisatiegegevens, overzicht bezetting dag en nacht, BHV-organisatie, alarmeringsprocedure intern en extern, stroomschema alarmering, wijze van ontruiming en ontruimingsprocedure, wat te doen bij een brand- of ontruimingssignaal, taken BHV’ers en overige medewerkers, ontruimingskaart, verklaring en symbolen ontruimingsplattegrond, logboek ontruimingsplan en procedure Brand Meld Installatie (BMI). Contactgegevens van de diverse partijen zijn in het plan opgenomen, ook zijn er portofoons beschikbaar om met elkaar te communiceren. Kortom, een overkoepelend ontruimingsplan.

 

Vraag 6: Acht het college twee personeelsleden voldoende om bij brand twee etages van een gesloten afdeling te ontruimen?

De voorzieningen in een modern gebouw zijn er op gericht om een eventuele brand te beperken tot een compartiment van maximaal 1000 m2. De eerste aandacht zal dan ook moeten uitgaan naar het in veiligheid brengen van de mensen die in dit compartiment verblijven. Ontruiming vindt dan horizontaal plaats en achter de zogenaamde brandwerende scheidingsdeuren is men dan veilig. De gesloten afdelingen zijn bouwkundig zodanig gerealiseerd dat elke kamer een apart brandcompartiment is. Dit is een beduidend hogere kwaliteitsuitvoering dan voor een dergelijk gebouw noodzakelijk is, per afdeling had slechts 1 compartiment noodzakelijk geweest (2 per verdieping). Het is aan de huurder/gebruiker om de minimale bezetting te bepalen. Duidelijk mag zijn dat er relatief meer fysieke inspanning nodig is om verminderd zelfredzame of immobiele bewoners te verplaatsen. Het personeel dient dan ook opgeleid en getraind te zijn als BHV-er (Bedrijfs Hulpverlener) en gelukkig is dat in deze situatie ook het geval.

Vraag 7: Is deze bezetting conform de brandveiligheidsvoorschriften?

Het is echter aan de zorginstellingen om de noodzakelijke bezetting te regelen. Er zijn hiervoor geen voorschriften. De brandveiligheidsvoorschriften stellen geen eisen met betrekking tot de noodzakelijke personele bezetting. De gebruiksvergunning stelt echter de eis dat er een actieve overkoepelende BHV-organisatie dient te zijn die toeziet op een gezamenlijke ontruiming en deze coördineert. Maasdelta Maassluis heeft het opstellen van het overkoepelende plan destijds ter hand genomen.

Vraag 8: Hoeveel tijd is er verlopen tussen eerste melding en daadwerkelijke inzet van de hulpdiensten?

De brandweer is om 10:39:05 gealarmeerd voor een automatische brandmelding en is vervolgens uitgerukt om 10:42:53 en was om 10.44:23 uur ter plaatse. Hierna is direct opgeschaald naar middelbrand en uiteindelijk zeer grote brand. Niet zozeer in verband met de brand maar na de constatering dat de rook/koolmonoxide zich door het gebouw verspreidde en hierdoor een bedreiging vormde voor de bewoners. De hulpdiensten hebben uiteindelijk besloten om in verband met de vele aspecten die een rol speelden op te schalen naar het niveau GRIP-1 (Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure) om de werkzaamheden van de diverse hulpdiensten goed af te stemmen.

Vraag 9: Wanneer verwacht het college dat het toegezegde onderzoeksrapport en de evaluatie van de hulpverlening gereed zijn.

Het onderzoeksrapport naar de oorzaak van de brand, dat in opdracht van Stedin door het onafhankelijke bureau DNV-GL (nieuwe naam van het bekende onderzoeksinstituut Kema) wordt opgesteld, loopt. Er kan nog niet aangegeven worden hoe lang het onderzoek gaat duren. Daarnaast zal ook de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een rapportage opstellen van de hulpverlening en in samenspraak met Maasdelta zal ook de interne hulpverlening door de gebruikers/Maasdelta worden geëvalueerd.

Vraag 10: Mogen wij ervan uitgaan dat het volledige rapport en de evaluatie openbaar worden gemaakt?

Door diverse partijen wordt onderzoek gedaan naar de oorzaak van de brand en naar de gevolgen hiervan. De uitkomsten van dit onderzoek zijn uiteraard openbaar. Wij zullen u hierover t.z.t. informeren.