Provincie; het Rijk wil per sé meer windturbines in Zuid Holland

College Maassluis

Maassluis 05.10.2015 - Het CDA Maassluis heeft aandacht gevraagd bij het college voor het provinciaal onderzoek naar alternatieve locaties voor windturbines.

In deze brief zullen zij uw vragen in de door u gestelde volgorde beantwoorden.

1. In hoeverre bent u als college op de hoogte van het onderzoek van de provincie Zuid-Holland?

Wij zijn op de hoogte van het onderzoek van de provincie Zuid-Holland. In onze beantwoording op uw vragen op grond van artikel 51 RvO van 2 oktober 2014 hebben wij onder de Nota Bene 1. aangegeven dat de stadsregio samen met de provincie op zoek is naar nieuwe locaties voor windturbines, aangezien niet aIle locaties uit het huidige windconvenant gerealiseerd kunnen worden. De Dijk is toen ook als mogelijke potentiele locatie gemeld.

2. Op welke wijze gaat u als college ageren op het startdocument dat ter inzage zal worden gelegd?

Wij zullen naar aanleiding van het opnemen van De Dijk als een alternatieve locatie een inspraakreactie indienen als het startdocument ter visie ligt. Wij hebben op voorhand reeds bij de regionale ambtelijke en bestuurlijke overleggen met de provincie onze bezwaren kenbaar gemaakt. Ons standpunt is daar dus bekend.

Bij de vergadering van Provinciale Staten d.d. 16 september jl. hebben wij wederom ons standpunt mondeling toegelicht. Ondanks kritische vragen van verschillende statenleden hebben Provinciale Staten ingestemd met het startdocument planMER en de startnotitie herziening Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM).

3. De provincie stelt dat zij bewoners, andere overheden en exploitanten wil betrekken bij het proces en het onderzoek. Welke inspanningen heeft de provincie al gedaan om colleges en raad te betrekken en hoe worden bewoners betrokken? En welke inspanning(en) goat u plegen om deze betrokkenheid voor Maassluis maximaal in te zetten voor zowel de gemeente als de betrokken inwoners?

Tot nu toe is het college betrokken geweest door de provincie. Richting de andere partijen is nog geen actie ondernomen. Men heeft kennis kunnen nemen van het provinciale persbericht van donderdag 7 augustus jl.

Zoals u heeft gelezen via het griffienieuws van vrijdag 8 augustus, hebben wij terstond ook op donderdag 7 augustus jl. een persbericht uitgegeven omdat naar onze mening het persbericht van de provincie de suggestie wekte dat wij (zouden) instemmen met de alternatieve locatie op De Dijk. Tevens hebben wij schriftelijk ons misnoegen kenbaar gemaakt aan de provincie.

Mede naar aanleiding van onze toelichting bij de vergadering van PS d.d. 16 september jl. heeft de Gedeputeerde aan de Provinciale Staten toegezegd op zeer korte termijn een brief te sturen naar gemeenten om het proces toe te lichten. Dit in het licht om zo het draagvlak voor het proces te vergroten.

4. Locaties die eerder zijn afgevallen in het windconvenant van de voormalige stadsregio worden nu opnieuw door de provincie ter discussie gesteld. Wat betekent dit voor de status van het huidige windconvenant. Graag een toelichting. Ook vragen wij specifiek wat dit mogelijk kan betekenen voor de mogelijke plaatsing van windturbines aan de westzijde van Maassluis.

Het convenant is nog steeds van kracht. Tijdens de uitvoering van het convenant is echter door betrokken gemeenten geconstateerd dat een deel van de in het convenant aangewezen locaties om technische en/of bestuurlijke redenen niet of slechts deels gerealiseerd kan worden. Hierdoor kan volgens de provincie niet voldaan worden aan de regionale taakstelling van 150 MW en zouden er alternatieve locaties nodig zijn om de afgesproken opgave voor de regio te halen. De provincie heeft vervolgens een belemmeringenonderzoek uitgevoerd om te bepalen waar het fysiek-technisch gezien mogelijk moet zijn om extra windturbine locaties op te richten. Over de uitkomsten van deze studie is met de betrokken gemeenten gesproken en uiteindelijk is men tot een lijst van alternatieve locaties gekomen. Deze worden nu verder onderzocht in de MER.

Wij hebben bij de provincie aangedrongen eerst aIle locaties uit het windconvenant te benutten (dus naast de te realiseren, ook de potentiele en de studielocaties) alvorens naar alternatieve locaties te gaan zoeken. De provincie heeft er echter voor gekozen zowel de locaties uit het windconvenant als de locaties die nadien uit een belemmeringenonderzoek naar voren kwamen te laten onderzoeken in een PIanMER. Hiermee heeft PS d.d. 16 september mee ingestemd.

De locatie ten westen van Maassluis is en blijft onderdeel van het convenant en wordt tevens meegenomen in het MER-onderzoek. Voorlopig worden 6 van de 8 windturbines als kansrijke locatie uit het convenant aangemerkt. De inzet is en blijft van de gemeente Rotterdam om deze locatie te realiseren. Wel trachten wij (nog steeds) om in overleg met Rotterdam tot verplaatsing van de meest oostelijke windturbines over te gaan. Ook gelet op het feit dat er een alternatieve locatie is weergegeven ten westen van de windturbinelocatie Nieuwe Waterweg. Daar zit wat ons betreft dus ook schuifruimte. Recentelijk heeft de wethouder van Rotterdam echter aangegeven dat het college van Rotterdam niet van plan is te schuiven met deze locatie en vasthoudt aan de geplande 8 windturbines. Het hoger beroep tegen de uitspraak van de bestuursrechter is tijdig bij de Raad van State ingediend. Tevens is tijdig bezwaar bij RVO gemaakt tegen de verleende ontheffing op grond van de Flora-- en faunawet.

5. Er zijn meerdere manieren om tot duurzame energie winning te komen, zoals zonne-energie, waterkracht, getijde energie. Deze kunnen ook bijdragen aan de doelstelling van de Provincie, bent u bereid om deze mogelijkheden nadrukkelijk in te brengen bij de provincie in het besluitvormingsproces. Graag een toelichting welke kansen u hiervoor ziet en op welke momenten? (archieffoto 's opbouw nieuwe windturbine bij Westerlee)

Wij onderkennen de meerdere mogelijkheden om duurzame energie op te wekken en zijn hier ook een groot voorstander van. Wij hebben ook bij de provincie gepolst in hoeverre de windenergie opgave uit het windconvenant ook op een andere duurzame wijze ingevuld kon en mocht worden. Het antwoord was echter duidelijk; de provincie heeft van het rijk de uitdrukkelijke specifieke opgave meegekregen de duurzame energie alleen middels windenergie op land te realiseren. De provincie heeft tevens gesteld dat het niet haalbaar is om alle milieudoelstellingen te realiseren zonder gebruik te maken van windturbines.

6. De provincie stelt dat uiteindelijk de Provinciale Staten het besluit tot opname in een herziene Verordening Ruimte (VRM) op te nemen. Welke invloed en welke beslissingsbevoegdheid heeft het gemeentebestuur van Maassluis, zowel College als gemeenteraad, op een provinciaal besluit?

Formeel kunnen wij tegen het besluit van de provincie een zienswijze indienen en onze zienswijze mondeling toelichten bij de commissie. In onze ogen gaat er nog wel een belangrijke stap aan vooraf. Er is een bestuurlijke afspraak gemaakt dat er bestuurlijk draagvlak moet zijn voordat een locatie wordt opgenomen in de VRM. Na het doorlopen van de MER-procedure zal deze toetsing plaats moeten vinden. We hebben de provincie hier ook op gewezen middels onze brief van 8 augustus jl.

Wij hopen middels deze brief uw vragen beantwoord te hebben.

Hoogachtend,

Het college van burgemeester en wethouders van Maassluis,

de secretarist                         de burgemeester,

m A.J.T. Korthout                         J.A. Karssen