Raad van State verklaart hoger beroep inzake exploitatievergunning gegrond

Geplaatst door Westlanders.nu op 31/03/2015 08:30

Maassluis 31.03.2015 - Op 11 februari 2015 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep dat is ingediend

door de voormalige eigenaar van pand Govert van Wijnkade 8, waar Showtime BV was gevestigd (op 11 maart failliet verklaard red.), gegrond verklaard. Deze uitspraak vormt het sluitstuk van een lange juridische procedure, waarover het volgende valt te melden.

In mei 2011 hebben twee exploitanten bij de gemeente een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een Drank- en Horeca – en een Exploitatievergunning voor Showtime Maassluis B.V. (foto archief)

Op 12 mei 2012 zijn deze vergunningaanvragen geweigerd mede op basis van diverse adviezen van het Landelijk Bureau Bibob . Eind 2012 is het pand van Showtime gewisseld van eigenaar, waarna in april 2013 een Drank- en Horeca- en Exploitatievergunning is verstrekt aan de huidige exploitant.

De vorige eigenaar van het pand heeft een bezwaarschrift ingediend tegen de weigering van de vergunningen in 2012. Het bezwaarschrift is door het gemeentebestuur ongegrond verklaard, vervolgens is ook het beroepschrift door de rechtbank ongegrond verklaard.

Hierna heeft de toenmalige eigenaar hoger beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op 6 augustus 2014 heeft de zitting plaatsgevonden. In deze procedure betoogde de toenmalige eigenaar dat de burgemeester en het college artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens hadden geschonden door uit te gaan van een vermoeden van schuld ter zake van een misdrijf dat in 2009 door hem zou zijn gepleegd. Hij benadrukte daarbij dat een tegen hem ingesteld strafrechtelijk onderzoek had geleid tot een onvoorwaardelijk sepot. Daarbij stelde hij dat een onvoorwaardelijke sepotbeslissing van de Officier van Justitie wegens gebrek aan bewijs gelijkgesteld moest worden aan een vrijspraak door de strafrechter.

Als gevolg daarvan zou van zijn onschuld moeten worden uitgegaan. Vervolgens heeft de uitspraak een aantal maanden op zich laten wachten. De uitspraak volgde uiteindelijk op 11 februari 2015. De Afdeling volgde het standpunt van de toenmalige eigenaar en heeft zijn hoger beroep gegrond verklaard.

De burgemeester heeft een goed gesprek gevoerd met betrokkene naar aanleiding van de uitspraak en heeft medegedeeld dat de uitspraak wordt gerespecteerd en het college en de burgemeester bij nader inzien het vermeende misdrijf uit 2009 niet ten grondslag hadden mogen leggen aan de weigeringen.