Vordering stichting Loterijverlies op Staatsloterij afgewezen

Geplaatst door Westlanders.nu op 09/02/2016 09:30 - Gewijzigd op 09/02/2016 15:37

Den Haag 09.02.2016 - De voorzieningenrechter van de Haagse rechtbank heeft de vordering van Stichting Loterijverlies om de Staatsloterij te veroordelen

tot betaling van een voorschot van 10 miljoen euro afgewezen. In 2013 werd de Staatsloterij door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot vergoeding van  buitengerechtelijke kosten van de Stichting Loterijverlies.

Achtergrond

Het gerechtshof Den Haag heeft in 2013 bepaald dat de Staatloterij in het verleden misleidende mededelingen heeft gedaan over het wel- of niet-gegarandeerd zijn van prijzen, de winkansen, het aantal gewonnen prijzen en de hoogte van prijzen. Daarnaast heeft het gerechtshof de Staatsloterij veroordeeld tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van Stichting Loterijverlies. Over de omvang van deze kosten moet nog een aparte procedure worden gevolgd. De Hoge Raad heeft de beslissingen van het gerechtshof in stand gelaten.

Staatsloterij door Hoge Raad op de vingers getikt

Het geschil

Vooropgesteld wordt dat het kort geding geen betrekking heeft op de schade die de gedupeerden als gevolg van de misleidende mededelingen van de Staatsloterij (de kopers van de betreffende staatsloten) hebben geleden, welke schade volgens Stichting Loterijverlies in totaal circa € 340 miljoen bedraagt. Het geschil ziet enkel op de buitengerechtelijke kosten van Stichting Loterijverlies. Volgens Stichting Loterijverlies zijn haar buitengerechtelijke kosten, die de Staatsloterij moet vergoeden, al opgelopen tot een bedrag van ruim 19 miljoen euro en zal daar nog wel een bedrag van ongeveer 7 miljoen euro bijkomen.

Omdat de bodem van de kas van Stichting Loterijverlies in zicht komt en de Stichting bang is dat de Staatsloterij de buitengerechtelijke kosten niet aan kan betalen, wil de Stichting Loterijverlies dat de Staatsloterij in kort geding wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op haar buitengerechtelijke kosten van 10 miljoen euro. Bovendien vordert de Stichting Loterijverlies dat het de Staatsloterij wordt verboden om - voor wat betreft toekomstige trekkingen van de staatsloterij - uitkeringen te doen aan winnaars van prijzen en afdrachten te verrichten aan de Staat der Nederlanden, om te waarborgen dat de Staatsloterij (te zijner tijd) in staat is de buitengerechtelijke kosten aan de Stichting Loterijverlies te voldoen.

De beslissing

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen. Voor toewijzing van geldvorderingen in kort geding geldt een (zeer) streng criterium. Dat is - in beginsel - pas mogelijk als het zeer waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen. De Staatsloterij heeft uitgebreid verweer gevoerd tegen de vorderingen van Stichting Loterijverlies. Niet kan worden uitgesloten dat één of meer van de verweren van de Staatsloterij doel zal treffen, zodat niet is voldaan aan het (strenge) criterium.