Alleen ingeschreven arbeidsmigranten wegenbelastingplichtig

College Westland

Westland 24.04.2014 - De fractie LPF Westland heeft Het College op 18 maart een vraag gesteld over belasting op auto's met buitenlands kenteken.

Ingevolge het bepaalde in artikel 26 van uw "Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad van de gemeente Westland 2013", beantwoorden zij deze vraag als volgt:

Vraag 1

Hoeveel arbeidsmigranten waren er per 31 december (peildatum) ingeschreven?

Antwoord 1

2876

Vraag 2

Wordt er bij de inschrijving melding gemaakt van de verplichting om de eigen auto in te voeren in Nederland en de gebruikelijke belastingen te betalen?

Antwoord 2

Tijdens de groepsinschrijving worden de arbeidsmigranten geïnformeerd over de gemeentelijke-, waterschap- inkomsten- en autobelastingen.

In Nederland kennen we twee voertuigbelastingen: bpm (invoerbelasting verschuldigd bij eerste registratie van het voertuig in Nederland) en mrb (motorrijtuigenbelasting).

Per 1 januari 2014 kennen wij in Nederland een woonplaatsfictie in de Wet mrb. Als een arbeidsmigrant zich inschrijft in de Basisregistratie personen (BRP) als ingezetene wordt hij voor de Wet mrb geacht inwoner te zijn van Nederland, behoudens tegenbewijs. Dit brengt met zich mee dat er vanaf het moment van inschrijving in de BRP, belasting verschuldigd is over het motorrijtuig.

Als de arbeidsmigrant aannemelijk kan maken dat hij zijn hoofdverblijf in een andere lidstaat heeft (artikel 29 lid 3 onder a, Uitvoeringsbesluit Wet mrb), kan hij een beroep doen op de vrijstelling voor de mrb voor maximaal 6 maanden.

Voor de bpm geldt het volgende: de woonplaatsfictie in de Wet mrb werkt door naar de bpm. Dit betekent dat de arbeidsmigrant bij inschrijving in de BRP in beginsel aangifte moet doen voor de bpm.

Indien aannemelijk kan worden gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft vervalt deze verplichting (artikel 1 lid 6, Wet bpm). Slaagt hij hier niet in, dan kan een beroep worden gedaan op de verhuisboedelvrijstelling.

Het bovenstaande geldt ook indien de arbeidsmigrant zich niet inschrijft in de BRP, maar dit wel had behoren te doen (artikel 13 lid 2, Wet mrb). Bijvoorbeeld als bij aanvang van de werkzaamheden in Nederland duidelijk is dat hij of zij meer dan 4 maanden in Nederland zal verblijven.

Samenvattend:

Hoofdverblijf buiten Nederland:

-     mrb: vrijstelling van 6 maanden

-     bpm: geen bpm verschuldigd

Hoofdverblijf in Nederland:

-     mrb: vanaf moment inschrijving BRP verschuldigd

-     bpm: vanaf moment inschrijving BRP verschuldigd. Verhuisboedelvrijstelling kan worden aangevraagd als wordt voldaan aan de voorwaarden.

De bewijslast om aan te tonen waar de arbeidsmigrant zijn of haar hoofdverblijf heeft ligt bij de arbeidsmigrant. Kenmerken van hoofdverblijf zijn, conform de uitspraak van het Europees Hof van Justitie, o.a. bezit of zelfstandige huur van een woning (d.w.z. niet via de werkgever), partner/kinderen in dezelfde land, lidmaatschap van verenigingen enz.

(Tijdelijke) Arbeidsmigranten met een uitzendcontract van wie “family life” buiten Nederland plaatsvindt, zijn geen immigranten. Zij hebben hun hoofdverblijf in buitenland.

Deze informatie die gebaseerd is op de wettelijke bepalingen wordt in Westland aan arbeidsmigranten verstrekt tijdens de inschrijving als ingezetene in de BRP. Tevens ontvangen de arbeidsmigranten de flyer van SZW “Nieuw in Nederland” waar ook vermeld staat dat iemand die in Nederland woont verplicht is zijn auto bij de RDW te registreren.

Vraag 3

Alhoewel plaatselijke bestuurders (wethouders) vrijwel direct zullen roepen dat dit een landelijk probleem is, heeft de gemeente wel degelijk middelen om druk uit te oefenen om tot invoering van de eigen auto over te gaan. Zou de bestuurlijke boete een mogelijkheid zijn om deze vorm van fraude aan te pakken?

Antwoord 3

Handhaven van rijksbelastingen is geen bevoegdheid van de gemeente, maar een bevoegdheid van de belastingdienst. Daarom ook kan door de gemeente niet gecontroleerd worden op vervulling van de belastingplicht en kan ook geen bestuurlijke boete opgelegd worden in geval van een overtreding van de belastingplicht. Daarvoor ontbreekt een wettelijke basis.

Vraag 4

Is het college bereid om in contact te treden met de belastingdienst om te kijken of Westland mee kan doen in de eerder genoemde pilot?

Antwoord 4

De gemeente Westland is sinds december 2013 in gesprek met de Belastingdienst over de deelname aan de pilot handhaving mrb voor voertuigen met buitenlands kenteken.

 

Het doel van de pilot, waar ook de gemeenten Rotterdam en Amsterdam aan meedoen, is om o.a. te onderzoeken:

-     wat de beste methode is van verstrekking van informatie m.b.t. mrb aan de nieuwkomers;

-     wat het beste contactmoment is van de Belastingdienst met de nieuwkomers.

 

De door de Belastingdienst gekozen pilotgroep in de gemeente Westland zijn nieuwkomers die langer dan zes maanden in de BRP als ingezetene staan ingeschreven. Binnenkort zal een vervolgafspraak plaatsvinden waar de verdere invulling van de pilot in Westland wordt besproken.

Vraag 5

Is het college bereid om actief in samenwerking met politie en belastingdienst te gaan controleren en indien uit matching van gegevens blijkt dat er sprake is van mrb-plicht, ook te gaan handhaven?

Antwoord 5

De gemeente is niet bevoegd om de mrb-plicht te handhaven. Dat is de bevoegdheid van de Belastingdienst en de politie. De Belastingdienst en de politie hebben als afnemers toegang tot de BRP-gegevens. Daarom wordt de matching van de gegevens van de belastingdienst en de BRP door hen geautomatiseerd gedaan. De uitvoering van de matching en de handhaving belastingplicht liggen dus in zijn totaliteit buiten de invloed van de gemeente.

Wij gaan er vanuit uw vragen met deze brief te hebben beantwoord.

Burgemeester en wethouders van Westland,

de secretaris,                       de burgemeester,

M. van Beek

J. van der Tak