Camping Molenslag moet wijken voor Rotterdamse haven

door Jan van Rossum

Monster 01.03.2014 - Het is vanzelfsprekend en logisch dat in besluiten en afspraken in de ruimtelijke omgeving ook natuurbelangen worden meegenomen of zelfs centraal staan.

Minder logisch is het als men duidelijk kan constateren dat omstandigheden bij vaststelling van een basisbesluit geheel zijn gaan afwijken van de werkelijke omstandigheden op het moment van uitvoering van de plannen uit het basisbesluit. Duidelijk dat de fractie van CDA Westland hier doelt op besluitvorming m.b.t. beëindiging van camping De Molenslag.

Hier wil of durft men maar niet te accepteren dat er ooit een basisbesluit genomen is onder geheel andere ruimtelijke (natuur)omstandigheden en toekomstverwachtingen dan uiteindelijk de realiteit blijkt te zijn. Tenminste zo ervaart de fractie van CDA Westland dat. Zeker in een context waarbij in de afgelopen collegeperiode toch genoeg projecten/plannen geweest zijn waar men de veranderende actuele situatie wel als reden heeft genomen om basisplannen te wijzigen.

Onaanvaardbaar wordt het als er dan ook nog minder relevante of nauwelijks te controleren argumenten worden toegevoegd om een basisbesluit te rechtvaardigen. En zo wordt het antwoord van de Provincie Zuid Holland (PZH) ervaren op vragen vanuit de Raad van de gemeente Westland om camping Molenslag al dan niet tijdelijk op haar huidige locatie te kunnen handhaven.

Het aangevoerde argument dat de 3,5 ha campinglocatie, begroeid met gras en tot nu toe in de zomer aangevuld met caravans en tenten, de verdere ontwikkeling van de Haven van Rotterdam zou belemmeren, gaat er bij ons niet in. Dan zou elke boom, die in Westland om wat voor reden dan ook moet worden gekapt, verhoudingsgewijs ook de Haven van Rotterdam in gevaar kunnen brengen als het om mogelijkheden gaat om het teveel aan stikstof te absorberen.

 

Als compensatie voor het kunnen aanleggen van de Tweede Maasvlakte in de uitbreiding van de haven van Rotterdam is namelijk al de vastgestelde 35 ha Spanjaardsduin aangelegd. Inderdaad in Westland. En inderdaad bevatten beide groottes de cijfers 3 en 5, maar daar houden de vergelijkingen toch op. Toen besloten werd tot aanleg van de Tweede Maasvlakte (het basisbesluit) was nog absoluut niet bekend dat daarna de kust van Westland en Den Haag zich nog verder zou verbreden met 75 ha natuur.

Daar is de zandmotor later ook nog bijgekomen waardoor deze getallen uiteindelijk nog vergroot zullen worden. In plaats van 35 ha compensatie kan men dan ook  gerust stellen dat uiteindelijk minimaal 110 ha gecompenseerd is voor de Tweede Maasvlakte. Minimaal 71,5 ha (75 – 3,5) daarvan is dan als extra natuur aangelegd, ervan uitgaande dat omzetting van Molenslag toch bij de compensatie inbegrepen zou zijn.  Hiermee zou de natuur voor het kunnen aanleggen van de Tweede Maasvlakte dan ook meer dan ruimschoots gecompenseerd moeten zijn.

 

Daarnaast heeft de gemeente Westland op haar grondgebied in 2011 te maken gehad met het feit dat het Natura 2000 gebied langs de kust van Monster met nog eens extra 7,5 ha is uitgebreid. Volgens de motivatie van deze uitbreiding bevat dit gebied kalkarm grijsduin, terwijl in 2009/2010 nog geconstateerd werd bij het opstellen van het DHV rapport m.b.t. camping Molenslag, dat die uitbreiding met kalkarm grijsduin alleen op Molenslag mogelijk zou zijn.

Althans zo is dat bij de fractie van CDA Westland overgekomen. Het feit dat de gemeente Westland door de Raad van State het bestemmingsplan kust moest aanpassen op de bij het Natura 2000 horende natuurfunctie doet ons vermoeden dat er maar weinig mensen bewust geweten hebben van deze toevoeging aan het Natura 2000 gebied en wat daarvan de consequenties (kunnen) zijn.

Uit de notitie van het college d.d. 13 februari, waarop zij melding maakt van mogelijke nieuwe campinglocaties, wordt vervolgens geconstateerd dat PZH nog een extra natuurclaim heeft gelegd op de twee genoemde potentiële nieuwe campinglocaties, te weten  Haagweg - Watergat van 3,5 ha en Haagweg - OBWZ locatie van 3,6 ha. Waarom constateert PZH niet zelf dat hiermee alweer ruim 7 ha natuur aansluitend aan Solleveld wordt toegevoegd dat ook als compensatie had kunnen dienen om “de Haven te kunnen aanleggen”. Of om de campinggronden te compenseren. Bij het basisbesluit voor aanleg van de haven hadden beide gebieden namelijk nog de bestemming “glastuinbouw”.

Wij zullen u dan ook vragen stellen om meer inzicht te krijgen in het waarom van besluitvormingen waar natuur bij betrokken is en het wanneer ervan. Wij proberen als CDA-fractie te achterhalen waar, wanneer en hoe het nu zo kan gebeuren dat er zoveel interpretatieverschillen zijn. Sommige vragen kunnen misschien opgevat worden als “vragen naar de bekende weg”, maar met de te geven antwoorden (feiten) hopen wij wel dat de conclusies in het vervolg rechtlijnig te interpreteren zijn.

De CDA-fractie heeft daarom de volgende vragen:

  1. Wanneer is het besluit gevallen dat de gronden van camping De Molenslag omgezet moesten worden naar een natuurbestemming? Wat waren de criteria toen? Was er toen al iets bekend van huidige ruimtelijke omstandigheden zoals kustverbreding en andere uitbreiding van natuur in o.a. Westland en zo ja, hebben die toen ook een rol gespeeld in de afwegingen?
  2. Wanneer is het besluit gevallen en onder welke voor Westland relevante voorwaarde(n) mocht de Haven van Rotterdam uitgebreid worden met een Tweede Maasvlakte? Wat waren de criteria toen? Was er toen al iets bekend van huidige ruimtelijke omstandigheden zoals kustverbreding en andere uitbreiding van natuur in o.a. Westland en zo ja, hebben die toen een rol gespeeld in de afwegingen? Is het op grond van de door u te geven antwoorden terecht dat de PZH constateert dat de Haven van Rotterdam in de problemen gaat komen als 3,5 ha campinggrond niet wordt omgezet naar natuur?
  3. Er wordt steeds meer twijfel geuit, ook vanuit natuurorganisaties, of de oorspronkelijke doelstelling om de campinglocatie om te zetten naar kalkarm grijsduin nog gehaald kan worden. De kustverbreding (verder van de onmiddellijke invloed van de zee vandaan) en aanleg zandmotor (zandverstuivingen worden geacht hier vandaan te komen waardoor juist kalkrijk duinzand verspreid zal worden) zijn de genoemde (hoofd)redenen. Kunt u reëel aangeven of de doelstelling “Uitbreiding kalkarm grijsduin” op deze locatie nog gehaald kan worden en zo ja, in welk jaar wordt dan in een resultaat c.q. eindresultaat voorzien? Als het bedachte eindresultaat nog gehaald kan worden, is het dan absoluut noodzakelijk om hiermee dit jaar al te beginnen of zou het technisch nog mogelijk zijn een paar jaar te wachten om een overgangstermijn voor de camping mogelijk te maken?
  4. In 2011 is bij de definitieve vaststelling van het Natura 2000 gebied Solleveld nog eens 7,5 ha grond toegevoegd. Het betreft vooral de locatie rond de Slapersdijk aansluitend bij het eerder benoemde gebied. Dit om redenen dat deze ook een kalkarme grijsduin ondergrond heeft. Waren de gevolgen van deze toevoeging voldoende bekend? Waarom moest de Raad van State er bijvoorbeeld aan te pas komen om een omzetting van het bestemmingsplan kust te bewerkstelligen? Had dit gebied achteraf ook niet gebruikt kunnen worden om de doelstelling van uitbreiding kalkarm grijs te halen? Was deze ondergrond bekend in de alternatieven voor de locatie van de camping?
  5. In 2009 en 2010 heeft een onderzoek door DHV plaats gevonden voor ruimtedruk in Monster met als insteek het benoemen van de (on)mogelijkheden van een kustcamping in Monster en het al dan niet kunnen handhaven op de huidige locatie. Kustuitbreiding (natuuruitbreiding) en uitbreiding Natura 2000 gebied met 7.5 ha worden daarin niet benoemd, terwijl dat wel wezenlijke invloed zou moeten hebben op de besluitvorming. Kunt  u aangeven of deze zaken wel/niet meegewogen zijn? Zo nee, waren die dan nog niet bij u en de Raad van Westland bekend? Zo ja, waarom niet vermeld als alternatief?
  6. Waarom wordt in het beheerplan voor Solleveld, dat in 2013 is vastgesteld, niet de op dat moment geldende contouren van Natura 2000 met de kustuitbreiding afgebeeld en benoemd? Waarom niet een aparte beschrijving hoe de nieuwe natuur moet worden ingepast? Is dat bijvoorbeeld gedaan om hoe dan ook de campinglocatie om te kunnen zetten naar natuur terwijl men wist dat er al genoeg compensatie aanwezig zou zijn?
  7. In uw schrijven over de afhandeling van de moties en familiecamping geeft u aan dat PZH op de beoogde locaties Haagweg - Watergat en Haagweg - Westlandse Zoom een groen/recreatieve invulling wilt geven. Het Watergat grenst ook aan het Natura 2000 gebied. Sinds wanneer was deze invulling bekend? Was deze extra natuurwens te gebruiken als alternatief voor andere plannen, ofwel zou deze 3,5 ha grond, technisch beoordeeld, ook gewisseld kunnen worden met de campinglocatie (camping blijft camping en beoogd groene invulling wordt natuur conform te behalen doelstelling)? Zo ja, zou dat niet veel goedkoper kunnen uitvallen?
  8. Kunt u op grond van alle gegeven antwoorden van de vragen 1 t/m 7 een eindconclusie geven of het terecht is dat u, PZH en andere overheden blijven vasthouden aan de conclusie dat het niet mogelijk is om, al dan niet nog tijdelijk, de camping op de locatie Molenslag te kunnen vergunnen? Zijn de genomen besluiten reëel gezien niet toe aan een aanpassing?
  9. Op 9 februari 2012 hebt u de beantwoording verzonden op vragen  van CDA Westland om meer toegankelijkheid te verkrijgen in onze duinen bij Solleveld. Wij hebben de vergelijking gemaakt dat er veel verschil is in toegankelijkheid en beleving in Westduinpark t.o.v. onze duinen. U antwoordde daar zeer terughoudend op vooral omdat u dacht dat de toegankelijkheid in Westduinpark niet vergroot zou worden. De huidige situatie is geheel anders dan beantwoord (zie ook bijgaande foto). Weinig of geen prikkeldraad is meer aanwezig, en er zijn veel meer vrij te bewandelen onverharde paden en terreinen dan voorheen. Het resultaat is overweldigend en wordt ook door veel meer mensen ervaren dan voorheen. Zuid-Hollands landschap heeft vorige week in een brief naar de leden laten weten dat dit nu ook met de Van Dixhoorndriehoek in Hoek van Holland gaat gebeuren (zie bijlage). Wanneer en onder welke omstandigheden kan deze grotere toegankelijkheid ook in onze duinen (lees Solleveld) bereikt worden? Waarom wordt er toch zo’n groot verschil gemaakt in natuurbenadering van alles wat met Solleveld te maken heeft t.o.v. andere en aanliggende Natura 2000 gebieden?
  10. Waarom moet bij de aanleg van het nieuwe wandelpad langs Monster en Ter Heijde door de nieuwe duinen het nu functionerende wandelpad “Lijnbaan” verwijderd worden als compensatie van “natuurverlies” voor het aan te leggen pad (dit in relatie met vorige vraag en de mogelijkheden die straks in de Van Dixhoorndriehoek mogelijk zijn)?
  11. Is met de aangehaalde brief van Zuid-Hollands Landschap in de hand (“wandelaars hoeven niet meer over het fietspad te wandelen”) het nieuwe fietspad door de duinen nu ook niet te voorzien van gescheiden wandelpaden conform het besluit van een eerder aangenomen motie? Het huidige nieuwe fietspad is namelijk zodanig druk en er rijden ook te regelmatig auto’s snel overheen dan een gescheiden wandelpad om veiligheidsredenen meer dan noodzakelijk is.
  12. Is er al iets bekend op de laatste vraag uit genoemde artikel 26 vragen van vraag 9  m.b.t. nu ontbrekende parkeermogelijkheden nabij het Schelpenpad om een parkeerplaats aan de Haagweg aan te leggen? U zou ons hier nog nader over informeren zodra er onderzoeken hebben plaats gevonden.

De fractie van CDA-Westland verzoekt u de vragen binnen de daarvoor gestelde termijn schriftelijk te beantwoorden.

Namens de fractie van CDA-Westland,

Jan van Rossum