College beantwoord vragen over strijdig gebruik gronden in Westland

College Westland

Westland 22.12.2017 - De fractie Westland Verstandig heeft in november collegevragen gesteld over ‘machtsmisbruik en nog steeds onzinnige handhaving’.

Naast de vragen bevat de brief een uitgebreide inleiding. Het college onderschrijft de inhoud hiervan niet en verwijst hierbij naar de op 17 februari 2017 vastgestelde handhavingsstrategie en de beantwoording van de vragen van de fractie Westland Verstandig van 5 april 2017 naar aanleiding hiervan.

Ingevolge het bepaalde in artikel 42 van uw "Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Westland 2016", beantwoorden zij de vragen.

Vraag 1

Is uw College bekend met de gevallen waar optiecontracten werden gesloten -ook al in 2012- en waar de zogenaamde reconstruerende tuinder de gronden wenste geleverd te krijgen, daar een prijs ver onder de marktwaarde, zeker op dit moment, voor betaalde om dan vervolgens geen reconstructie te doen?

Antwoord 1

Het college verzoekt de fractie Westland Verstandig “de gevallen” concreet te benoemen, zodat het college hier ook inhoudelijk op kan antwoorden en met deze gevallen aan de slag kan.

De gemeentelijke koopoptie - een overeenkomst tussen gemeente en eigenaar van een perceel dat niet in overeenstemming met het bestemmingsplan wordt gebruikt - is bij beleidsregel van 17 februari 2017 van kracht geworden. Gelet op de vraagstelling gaat het college er vanuit dat de gevallen niet over de uitvoering van deze overeenkomst gaan.

Volledigheidshalve delen wij nog wel mee dat in dit ‘optiecontract’ de marktwaarde wordt bepaald op het moment dat de gemeente –op verzoek van een derde die de grond aantoonbaar wenst aan te wenden ter uitvoering van de bestemming - de optie licht. Van prijzen ver onder de marktwaarde kan in die gevallen dus geen sprake zijn. 

Het college is bekend met een enkel geval van een privaatrechtelijke (optie)overeenkomst in de periode vanaf 2012. Deze privaatrechtelijke overeenkomst is tot stand gekomen omdat op het moment van het verzoek tot bestemmingswijziging niet voldaan kon worden aan de voorwaarden, waaronder de verkoop van alle overige gronden. Omdat verkoop van de overige gronden niet plaats kon vinden, heeft het college ingestemd met het verlenen van een ‘optiecontract’ (i.c. recht van koop) aan het achtergelegen volwaardig glastuinbouwbedrijf. Het college kent de verdere inhoud, zoals afspraken over verkoopprijs, van de privaatrechtelijke overeenkomst tussen beide partijen niet en is geen partij bij de uitoefening van deze privaatrechtelijke overeenkomst.

Voor wat betreft de uitgestelde uitvoering van reconstructie verwijzen wij naar zowel onze beantwoording van vraag 2 van de fractie Westland Verstandig over de positie van eigenaren agrarische bedrijfswoningen waarvan het gebruik thans gedoogd wordt in afwachting van reconstructie van 12 november 2014 (documentnummer: 14-0459420)  als onze beantwoording van deze vraag in de commissie EFO van 29 november 2017.

Samenwerken aan innovatie opslag warmte in de ondergrond

Vraag 2

Legt de gemeente de plicht op aan de tuinder die dankzij de gemeente van de optie gebruik kan maken om te reconstrueren en zo niet, waarom wordt die verplichting dan niet opgelegd?

Antwoord 2

Neen. Zie ook de beantwoording van vraag 2 van de fractie Westland Verstandig over de positie van eigenaren agrarische bedrijfswoningen waarvan het gebruik thans gedoogd wordt in afwachting van reconstructie van 12 november 2014 (documentnummer: 14-0459420)  en onze beantwoording van deze vraag in de commissie EFO van 29 november 2017.

Vraag 3

Is het College het met de fractie van Westland Verstandig eens dat er volstrekt verkeerde signalen gegeven worden naar zowel degenen die slachtoffer zijn van de onzinnige handhaving als naar degenen die een voordeel in de schoot geworpen krijgen?

Antwoord 3

Het college neemt afstand van termen als ‘slachtoffer’, ‘onzinnige handhaving’ en ‘voordeel’.

Wij hechten waarde aan een gelijk speelveld voor een ieder. Strijdig gebruik van gronden en/of opstallen doet hieraan afbreuk. Het college heeft de raad de afgelopen jaren meermaals uitgelegd, zowel via beantwoording van vragen als in de werkgroep Herstructurering, wat nut en noodzaak (en plicht) van het naleven van wet- en regelgeving zijn, met name in relatie tot het ingewikkelde proces van herstructurering van de glastuinbouw.

Verder verwijzen wij naar de beantwoording van alle eerdere door de fractie Westland Verstandig als ‘onzinnige handhaving’ betitelde artikel 26 en 42 vragen, alsook de beantwoording van deze vraag in de Commissie EFO van 12 april 2017.

Vraag 4

Is het College het met de fractie van Westland Verstandig eens dat er nu maar eens een halt moet worden toegeroepen aan dit soort onzinnige daden en alleen maar opgetreden moet worden in die gevallen dat ook daadwerkelijk gereconstrueerd gaat worden dan wel gronden daadwerkelijk nodig zijn voor de reconstructie?

Antwoord 4

Het college neemt afstand van de term ‘onzinnige daden’. Zie tevens de beantwoording van vraag 3.

Zoals bekend, voert het college de - mede door uw raad - vastgestelde wet- en regelgeving uit, alsmede de naleving daarvan. De wijze waarop wij die naleving van de wet- en regelgeving controleren, betrokkenen daarop aanspreken en indien nodig handhavend optreden, hebben wij verwoord in onze handhavingsstrategie. De afgelopen jaren heeft het college, in samenspraak met de raad via de raadswerkgroep Herstructurering, het beleid voor naleving van de wet- en regelgeving, al dan niet via handhavend optreden, aangepast.  

Zoals eveneens bekend, is het aantal en de omvang van de overtredingen door voornamelijk (voormalige) tuinders zodanig groot, dat de beschikbare handhavingscapaciteit voornamelijk ingezet wordt op die gevallen waar concrete ontwikkelingen of handhavingsverzoeken aan de orde zijn. 

Collegevragen inzake machtsmisbruik en onzinnige handhaving

Vraag 5

Is het juist dat alle wethouders die in het College vertegenwoordigd zijn, instemmen met de wijze waarop nu gebruik gemaakt wordt van het middel handhaving en de optieconstructie?

Antwoord 5

Op grond van de Gemeentewet (o.a. Hoofstuk X, art. 160 e.v.) kent het college bevoegdheden en maken wethouders (en burgemeester) onderdeel uit van het college. Het college neemt besluiten als eenheid. Het specifieke standpunt van één of meerdere wethouders in een college is uitsluitend relevant voor de besluitvorming in het college. Zoals in de aanhef reeds aangegeven heeft het college, als eenheid, op 17 februari 2017 een nieuwe handhavingsstrategie vastgesteld, waar de ‘gemeentelijke koopoptie’ onderdeel van uitmaakt.

Ten aanzien van deze, door de fractie Westland Verstandig als ‘optieconstructie’ aangeduide, koopoptie wijzen wij er op dat het college daarmee een mogelijkheid biedt om op het moment dat aan de primaire voorwaarden niet voldaan kan worden, er toch medewerking verleend kan worden aan het door de eigenaar gewenste/gevraagde strijdige gebruik of bestemmingswijziging. De koopoptie betreft dus een verruiming van het bestaande, door uw raad vastgestelde, beleid.

Mochten de fractie Westland Verstandig of anderen alternatieven voor handen hebben die beter aansluiten bij het bereiken van de gemeentelijke beleidsdoelen, dan nodigen wij de fractie(s) uit deze te agenderen voor de werkgroep Herstructurering.

Wij gaan er vanuit uw vragen met deze brief te hebben beantwoord.

Burgemeester en wethouders van Westland,

de secretaris,                       de burgemeester,

M. van Beek

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven