College niet bevreesd voor drinkwatertekort

B&W Westland

Westland 24.03.2014 - De fractie LPF Westland heeft het college vragen gesteld over mogelijk drinkwatertekort in Zuid-Holland.

Ingevolge het bepaalde in artikel 26 van uw "Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad van de gemeente Westland 2013", beantwoorden zij deze vragen als volgt:

Vraag 1

Is het college bekend met bovenstaande problematiek?

Antwoord

Ja, maar naar ons oordeel hoeft niet voor een tekort aan drinkwater te worden gevreesd. In perioden van droogte wordt voor het handhaven van de waterpeilen – en voor het doorspoelen van het watersysteem vanwege de waterkwaliteit – zoet water aangevoerd via de Brielse Meerleiding. Indien in droge perioden de aanvoer vanuit het Brielse Meer onvoldoende is dan kan Delfland in beperkte mate water onttrekken bij Rijnland.

Onder bijzondere omstandigheden kan de inlaat van Rijnland bij Gouda verzilten en dus ongeschikt worden voor de aanvoer van zoetwater. Dan treedt de Kleinschalige Water Aanvoer (KWA) in werking. Dit is een alternatieve, beperkte watervoorziening waarbij water wordt aangevoerd vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek naar Rijnland, Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard; er zijn afspraken tussen de waterschappen hoe het water verdeeld wordt.

Bij het huidige beleid en rekening houdend met klimaatverandering is de wateraanvoer via het Brielse Meer nog zeker tot 2100 gegarandeerd (onderzoek in het kader van Zoetwatervoorziening ZW Nederland, Deltares 2011). Hierbij wordt uitgegaan van het optimaliseren van beheer van het Brielse Meer als maatregel in het Deltaprogramma. Bij ontwikkelingen als het Kierbesluit Haringvlietsluizen en de Verzilting van het Volkerak-Zoommeer geldt de randvoorwaarde dat deze niet mogen leiden tot belemmeringen in de aanvoer van zoet water via het Brielse Meer.

Naast alternatieve aanvoerroutes is het ook mogelijk om zoetwater te besparen of gebruik te maken van interne bronnen van zoetwater (bijvoorbeeld effluent van rioolwaterzuiverings-installaties en ondergrondse opslag van hemelwater).

Vraag 2

Is het college op enige wijze gekend in de zorgen die Provincie Zuid-Holland heeft geuit op de mogelijkheid van een tekort aan drink- en zoetwater?

Antwoord

Over de recent vanuit Provinciale Staten van Zuid-Holland geuite zorg zijn wij niet geïnformeerd.

Vraag 3

Kan het college aangeven of er over de beschikbaarheid van voldoende zoetwater gesproken is, of dat regulier overleg is met zowel Hoogheemraadschap Delfland als de waterleidingbedrijven?

Antwoord

Aan de beschikbaarheid van voldoende zoetwater wordt continu en intensief aandacht besteed in de vorm van overleg en onderzoek. Daarbij zijn veel partijen betrokken, zoals het Hoogheemraadschap van Delfland, de provincie Zuid-Holland, het Ministerie van I en M, LTO Glaskracht, Evides en onderzoeksinstellingen. Ook onze gemeente participeert daarin. Verder is in het Deltaprogramma een apart deelprogramma gewijd aan de zoetwatervoorziening.

Vraag 4

Gezien de belangen voor onze gemeente, maar ook voor de land- en tuinbouw, is het college bereid hierover in contact te treden met de relevante instanties om deze problematiek te bespreken en oplossingen aan te dragen of bewerkstelligen?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 3, dat overleg vindt al plaats.

Wij gaan er vanuit uw vragen met deze brief te hebben beantwoord.

Burgemeester en wethouders van Westland,

de secretaris,                      de burgemeester,

M. van Beek

J. van der Tak