Collegevragen omtrent privatisering begrafenisaula 's

LPF Westland

Westland 22.07.2014 - In het verleden zijn er onderzoeken verricht naar de privatisering van de begraafplaatsen en de aula’s.

Geheel privatiseren van de begraafplaatsen is gecompliceerd maar sinds een jaar wordt er wel gesproken over het privatiseren van de aula’s op de begraafplaatsen van Monster, ’s-Gravenzande en De Lier.

Om te komen tot privatisering van deze drie aula’s zijn partijen uitgenodigd om een aanbieding te maken voor overname van de locaties. Vanuit de biedende partijen komen er signalen dat het proces om te komen tot privatisering zeer traag verloopt mede door gebrek aan de juiste informatie.

Ook in het onlangs gepresenteerde Collegewerkplan valt in de Kadernota 2015 te zien dat er een bedrag wordt gereserveerd voor beheerskosten. Als reden wordt vermeld: de voorgenomen verkoop van de aula’s stagneert. Gezien het bedrag gaat men er vanuit dat het nog enige tijd (12 x 1.000 p.m. suggereert een jaar stagnatie) kan duren alvorens men over zal gaan tot een overeenkomst met een partij. Daarnaast heeft er een afkoop plaatsgevonden met een bedrag van 20.000 euro.

Dit brengt de fractie van LPF-Westland tot de volgende vragen:

1. Kan het college van B&W inzicht geven in de laatste stand van zaken omtrent de voorgenomen privatisering van de drie genoemde aula’s inclusief het tijdspad waarop men verwacht zaken te kunnen doen?

2. Er gaan verhalen dat de stagnatie te maken heeft met het vertrek van een externe medewerker van de gemeente die verantwoordelijk was voor dit dossier. Kan het college aangeven waarom het proces vertraging oploopt terwijl de biedingen al in 2013 zijn gedaan? Zijn deze biedingen nog actueel en doen zij nog steeds gestand?

3. Is het college op de hoogte van het feit dat aanbieders vragen hebben over de beschikbare informatie maar ook over de wijze waarop gecommuniceerd wordt met de partijen?

4. Is het college het met de fractie van LPF Westland eens dat het zowel voor de huidige beheerders, die nu op maandbasis werken, als voor de biedende partijen moeilijk plannen maken is als er geen tot weinig communicatie is vanuit de gemeente m.b.t. de tijdsduur van het proces?

5. Hoe denk het college de extra maandelijkse uitgave te verrekenen, zoals vermeld in de Kadernota 2015 als zij zelf in gebreke blijft om te komen tot een overeenkomst met een partij?

6. Waarom is er een afkoop betaald van 20.000 euro en aan wie? Wij verzoeken u deze vragen te beantwoorden binnen de daarvoor gestelde termijn.

Namens de fractie van LPF Westland,

Bert Doelman Peter Voskamp