GBW voor keukentafelgesprekken tot zorgindicaties

GemeenteBelang Westland

Westland 01.07.2016 - Vorige week is de GBW zorg denktank bijeen gekomen, waarbij mensen die werkzaam zijn in de zorg (in brede zin)

ons hebben bijgepraat over zaken die goed gaan, en zaken die beter moeten. De volgende casus werd geschetst. Een 94-jarige zelfstandig wonende vrouw werd telefonisch gebeld door de gemeente over haar aanvraag voor thuishulp (tzorg). Deze vrouw moest diverse vragen beantwoorden over haar situatie en de noodzaak voor thuishulp. Een dergelijk telefoongesprek kan, zeker bij een persoon van deze leeftijd, grote gevolgen hebben. Deze mevrouw heeft hierdoor heel veel stress ervaren.

De fractie van GemeenteBelang Westland is groot voorstander van de zogenaamde keukentafelgesprekken die wij met elkaar hebben afgesproken om te komen tot een zorgindicatie. Als wij aan een keukentafelgesprek denken, dan zien wij dat voor ons aan de keukentafel of aan de salontafel bij iemand thuis, onder genot van een kopje koffie of thee. Een keukentafelgesprek kan volgens ons niet telefonisch worden afgedaan. In iemands thuisomgeving kun je het beste zien hoe iemand eraan toe is en welke zorg iemand nodig heeft. Zelfs tijdens een keukentafelgesprek is het stellen van een goede indicatie niet eenvoudig. Veel “trotse” Westlanders zullen zich immers beter voordoen dan zij eigenlijk zijn.

Tijdens de vergadering van de commissie MO van 27 juni jongst leden zijn de onderwerpen keukentafelgesprekken en indiceren van zorg reeds kort aan bod gekomen. Toen hebben wij vernomen dat indicaties altijd face-to-face zouden moeten plaatsvinden, bij voorkeur bij een persoon thuis, anders op neutraal terrein.

Dit brengt ons tot de volgende vragen.

1.      Bent u met GemeenteBelang Westland eens dat het niet wenselijk is dat deze hulpbehoevende doelgroep telefonisch wordt ondervraagd over hun situatie en de noodzaak voor hulp?

2.      Is bovenstaande casus een uitzondering of komt dit vaker voor?

3.      Hoeveel zorgindicaties heeft de gemeente sinds de decentralisaties uitgevoerd?

a.      Bij hoeveel van deze indicatiestellingen is gebleken dat deze persoon er beter aan toe is dan voorheen door het CIZ gesteld was, in andere woorden, hoeveel negatieve indicatiestellingen zijn er uitgevoerd?

b.     Bij hoeveel van deze indicatiestellingen is gebleken dat deze persoon er slechter aan toe is dan voorheen door het CIZ gesteld was, in andere woorden, hoeveel positieve indicatiestellingen zijn er uitgevoerd?

Wij verzoeken u deze vragen binnen het daarvoor gestelde termijn te beantwoorden.

Namens de fractie van GemeenteBelang Westland,

Kelly van Tol