Gemeente gaat handhaven in strijdig gebruik van agrarische gronden

LPF Westland

Westland 14.10.2015 - Veel Westlandse burgers in het buitengebied hebben een aanschrijving gehad van de gemeente dat er handhavend

zal worden opgetreden tegen vermeend illegaal gebruik van gronden met de bestemming "Agrarisch-glastuinbouw".

In veel gevallen gaat het om gronden bij voor-malige agrarische bedrijfswoningen ,die zijn omgezet naar een woonbestemming maar waar-van een (ondergeschikt ) gedeelte van het perceel de bestemming "Agrarisch-glastuinbouw" behouden heeft. Bijvoorbeeld omdat het perceel groter was dan de maximale 1.000 m2 die mocht worden omgezet ten behoeve van de woonbestemming.

Koopoptie voor agrarische bedrijfswoningen

Veelal betreft het een stukje grond, met of zonder bouwwerk, dat bijvoorbeeld vanwege de ligging niet interessant was voor het aanpalende tuinbouwbedrijf om bij het tuinbouwbedrijf te trekken. Dit wordt dan particu-lier gebruikt voor bijvoorbeeld een groentetuintje, kastje o.i.d. Een dergelijk gebruik vindt politiek draagvlak.

Zo heeft het CDA immers onlangs gepleit voor de mogelijkheid om inwoners op gemeentegrond moestuintjes te laten maken. Door het staken van het gebruik te eisen zou je de gekke situatie kunnen krijgen dat mensen het stukje kas dat bijvoorbeeld wordt gebruikt wordt voor hobbymatige groenteteelt moeten staken, maar er elders wel moestuintjes worden aangelegd op gronden die vooralsnog niet nodig zijn voor andere doeleinden.

De eigenaren worden hoge dwangsommen in het vooruitzicht gesteld indien dit strijdig gebruik niet binnen afzienbare tijd wordt beëindigd.

Dat brengt LPF Westland tot de volgende vragen .

1. Is het college bekent met bovenstaande situatie?

2. Hoeveel eigenaren zijn aangeschreven om strijdig gebruik te staken al dan niet onder oplegging van een last onder dwangsom?

3. Wat wil het college bereiken met strenge handhaving? Immers met strenge handhaving wordt het beoogde doel, dat de gronden weer gebruikt worden voor de glastuinbouw, nog niet bereikt omdat dat in veel gevallen herstructurering nog niet aan de orde is.

4. Is het college bereid om alle situaties individueel te bezien om te beoordelen of de in gebruik zijnde gronden op dit moment kunnen worden gebruikt en benodigd zijn ten behoeve van de glastuinbouw? Indien de gronden op dit moment niet benodigd zijn ten behoeve van de glastuinbouw, is het college in dat geval bereid om het huidige (strijdige)gebruik tijdelijk toe te staan, tot dat de gronden eventueel wel nodig zijn voor herstructurering of anderszins nodig zijn voor de glastuinbouw.

Wij verzoeken u deze vragen binnen de daarvoor gestelde termijn te beantwoorden.

Namens de fractie van LPF Westland.

Dave van der Meer

Bert Doelman