Hoge boetes voor kinderopvangorganisaties in Westland

VVD Westland

Westland 28.07.2015 - Westlandse kinderopvangorganisaties in o.a. ’s-Gravenzande, Monster, Wateringen, Poeldijk en Naaldwijk zijn geconfronteerd met hoge boetes

sinds de invoering d.d. 1 juli 2014 van de beleidsregels handhaving kinderopvang gemeente Westland 2014.

Daar waar kinderopvangorganisaties vóór invoering van deze regels een waarschuwing kregen en zij in de gelegenheid werden gesteld om omissies te herstellen, wordt nu direct een (hoge) boete opgelegd, zonder te kijken naar de omstandigheden van het geval. De wet Kinderopvang an sich is niet veranderd. Dat kinderopvangorganisaties zich aan de wet dienen te houden staat ook buiten kijf.

Vooropgesteld zij ook dat bij ernstige overtredingen zoals bijvoorbeeld teveel kinderen in een groep of gevaarlijke situaties uiteraard streng gehandhaafd moet worden en direct een hoge boete dient te worden opgelegd. Maar in een situatie bijv. waarin twee gekwalificeerde leidsters op een groep staan en er een extra iemand is gekomen om sportles te geven, waarbij de laatstgenoemde per abuis een verouderd VOG had, hetgeen binnen drie dagen hersteld was, is dan een hoge boete wel opportuun? (foto archief)

M.a.w. met de invoering van de nieuwe beleidsregels is in de uitvoering geen ruimte meer om rekening te houden met de omstandigheden van het geval. Een feit van algemene bekendheid is dat de kwaliteit van de kinderopvang in Westland van een goed niveau is, ook vóór invoering van de beleidsregels. Wordt het doel – kwaliteit van Kinderopvangorganisaties – niet voorbij geschoten: bovengenoemd voorbeeld kan ertoe leiden dat kinderopvangorganisaties zich steeds meer gaan beperken in hun initiatieven die ‘meer dan gemiddeld zijn’ en hiervoor geen ruimte meer voelen.

Dit alles leidt tot de volgende vragen van de fractie van VVD Westland:

1. Nu er ruim een jaar is verstreken sinds de invoering van de beleidsregels handhaving kinderopvang gemeente Westland 2014, is het tijd voor een evaluatie. Kan het college ervoor zorg dragen dat deze evaluatie op korte termijn, te weten in het najaar 2015, gehouden wordt?

2. Kan bij deze evaluatie inzichtelijk worden gemaakt hoeveel boetes er zijn opgelegd sinds 1 juli 2014 en voor welke feiten, e.e.a. in vergelijking tot de periode voorafgaand aan 1 juli 2014?

3. Kan het college ervoor zorgen dat bij deze evaluatie de kinderopvangorganisaties, zodanig (inhoudelijk) betrokken worden, dat dit zinvol is?

4. Is de gemeente primair niet verplicht, zoals bij de uitvoering van de Wet Fraude, om rekening te houden met de omstandigheden van de situatie en de ernst van de geconstateerde overtreding teneinde zo nodig en afhankelijk van de verwijtbaarheid boetes te matigen? In welke mate wordt aan die verplichting uitvoering gegeven? En in hoeverre kan meer rekening gehouden worden met de omstandigheden van het geval?

5. Subsidiair, indien het onder 4 genoemde niet op gaat: kan dan in de evaluatie ook meegenomen worden de behoefte van de kinderopvangorganisaties om meer rekening te houden met de omstandigheden van het geval?

6. Kan in de evaluatie ook worden onderzocht wat het effect is van de invoering van de beleidsregels, m.a.w. of dit de kwaliteit wel ten goede komt, of dat het doel wordt voorbij gestreefd? En kan worden aangegeven op welke onderdelen de beleidsregels in het licht van vorenstaande aanpassing behoeven?

VVD Westland verzoekt het college om bovenstaande vragen zo spoedig mogelijk binnen de gestelde termijn te beantwoorden.

Namens de VVD Westland fractie,
Geraldine van der Knaap
Elly van der Wilk
Lianda Heijl