Bescherm de natuur in je eigen omgeving; de aardhommel

KNNV

Westlanden 02.04.2018 - 'De natuur geeft ons het goede voorbeeld, we moeten proberen natuur in ons leven te betrekken. De KNNV afdeling heeft dat samengevat

als Samenleven met de natuur. 'Daar kan jij in je eigen omgeving mee beginnen, met kleine stapjes. Ook zo'n klein stapje helpt, want we zijn met zoveel dat al de kleine stapjes samen echt er toe doen. Met 'soort van de maand' en 'bescherm de natuur in je eigen omgeving' zetten we in op een hoge biodiversiteit,' aldus het KNNV.


Aardhommel, Anna Kreffer

Als je dus een aardhommel ziet meld dit via afdelingdelfland@knnv.nl of surf naar de website

Eigen ervaring
Een lid vertelt: 'Voor mij begint het voorjaar als ik weer hommels hoor en zie. Dit jaar één op een mooie dag half maart. Daarna was het weer kouder en bleef het even bij die eersteling. Het voorjaar begint echt wat later dit jaar.

Mogelijk was de hommel net uit haar overwinteringsplekje gekropen, ze leek wel dronken in haar vlucht. In het gras stonden twee kleine groepjes krokus en ze stortte zich eerst op het ene en dan op het andere. Ze kroop er diep in weg, om bij de nectar te komen, dat geeft energie. Als ze later een nest begint zal ze ook stuifmeel gaan verzamelen.'

Herkenning

De aardhommel (Bombus terrestris) is één van de wilde bijen. Het is een grote harige bij, de vrouwtjes zijn zwart met een witte kont en twee gele banden, één net achter de kop en één over het achterlijf. Mannetjes aardhommel hebben vaak een geheel zwart gekleurde kop. De eerste hommels zijn altijd koninginnen, bevruchte vrouwtjes. De aardhommel-koningin is 22 tot 28 mm groot, de werksters 11 tot 17 mm en de mannen of darren 13 – 16 mm.

De verschillende soorten uit de ‘Aardhommel-groep’ zijn moeilijk uit elkaar te houden. De groep bestaat uit aardhommel, veldhommel (Bombus lucorum), grote veldhommel (Bombus magnus) en wilgenhommel (Bombus cryptarum). De laatste twee soorten zijn zeldzamer dan de aard- en veldhommels.

Leefwijze

De aardhommel is de eerste hommelsoort die te voorschijn komt als de zon schijnt en de temperatuur zo'n 6 °C is. Als deze koningin uit de winterrust komt, bezoekt ze bloemen om aan te sterken en haar conditie op te bouwen. Later vliegt ze laag over de grond om een geschikte plek voor een nest te vinden, vaak een gat in de grond, zoals een oud muizenhol of mollengang. Muizenlucht trekt haar aan. Een nest kan wel tot 1,5 mtr diep liggen. Als dat gevonden is begint het echte werk, de koningin vliegt op zonnige dagen af en aan met stuifmeel aan de poten en nectar in de honingmaag. Stuifmeel en nectar worden in voorraadpotten van was gedaan. Nectar in de voorraadpotten is voedsel voor druilerige dagen. De broedcellen worden ook van was gemaakt. Als eerste legt de koningin een stuk of 10 eitjes op een bedje van stuifmeel, ze houdt ze zelf warm. De larven komen na een paar dagen uit en worden gevoed met stuifmeel en nectar. Als ze groot genoeg zijn spinnen ze ieder een eigen cocon om te verpoppen. Ongeveer drie weken na het leggen van de eitjes komen de eerste werksters uit.

Eenmaal uitgekomen wordt de lege broedcel gebruikt om nectar en stuifmeel op te slaan. De koningin legt ondertussen nieuwe eitjes, bovenop de oude cocons. De werksters beginnen met het helpen verzorgen van de larven en gaan later ook voedsel halen. Ze zijn altijd kleiner dan de koningin, maar soms verschillend in grootte, dat heeft te maken met de verschillen in temperatuur en voedselaanbod bij het opgroeien. Welke taak ze hebben in het volk hangt af van grootte en leeftijd. Een hommelnest kan wel uit 500 hommels bestaan.

De koningin geeft feromonen af om de werksters aan het werk te houden, maar als er in de zomer voldoende werksters zijn en voldoende voedsel aanbod verandert er wat in het hommelvolk. De koningin gaat onbevruchte eitjes leggen, daaruit ontstaan mannetjes, de darren.

Nieuwe koninginnen ontstaan als bevruchte eitjes uitkomen en de larven extra veel voedsel krijgen. De koningin geeft in deze tijd andere geursignalen af, hierdoor gaan de werksters ook (onbevruchte) eitjes leggen. De koningin probeert de bekers met die eitjes leeg te halen, er kunnen gevechten uitbreken, de werksters worden opstandig. Het nest wordt niet goed meer bijgehouden, de darren en iets later de toekomstige koninginnen vliegen uit. Werksters en de oude koningin blijven achter en sterven van ouderdom.

Als de darren eenmaal uitvliegen keren ze niet meer terug in het nest. Ze blijven wel in de buurt rondhangen en zetten geursporen af. Darren hebben geen angel en kunnen dus niet steken. De toekomstige koninginnen blijven na het uitkomen nog even in het nest om aan te vetten, dat hebben ze nodig om de winter te overleven. Als een koningin uitvliegt keert ze ook niet meer terug naar het nest. Met een beetje geluk wordt ze bevrucht en kan ze in het volgend jaar een nieuw nest opbouwen. De nieuwe koninginnen zoeken in juli of augustus een plek om te overwinteren onder bomen, struiken, in de grond of in compost- en takkenhopen.

Ecologie

Hommels zijn belangrijk bij het bestuiven van bloemen. Omdat ze vroeg vliegen zijn vroegbloeiende planten vooral van hommels afhankelijk. Hommels nemen door hun grootte en haren meer stuifmeel mee dan honingbijen. Ze zijn niet zo kieskeurig wat betreft soorten bloemen als sommige andere wilde bijen. Ze vliegen op vele soorten bloemen van verschillende plantenfamilies.

Ze hebben een relatief korte tong, dus bloemen waarin de nectar diep verscholen zit worden niet bevlogen. Maar aardhommels hebben wel een trucje om ook bij die bloemen de nectar te drinken, ze bijten een gaatje in de bodem van de bloemkroon van bijvoorbeeld smeerwortel en kamperfoelie. Voor de bloem is dat niet zo gunstig, meeldraden en stamper worden niet aangeraakt.

Andere insecten, zoals kevers, die dankbaar gebruik maken van die gaatjes. Hommels zijn voedsel voor diverse vogels en andere dieren.

Bescherming

Hommels kunnen we helpen door veel verschillende bloeiende planten in de tuin te zetten, denk vooral ook aan vroege bloeiers en voorjaarsbollen als krokus en blauwe druifjes. Het is wel noodzakelijk om gifvrije planten en bollen te kiezen. Ruim de tuin niet te netjes op, rommelhoekjes zijn belangrijk, daar kunnen nieuwe hommelkoniginnen een plek vinden om te overwinteren. Schoffel ook niet al te veel, de kans bestaat dat je de ingang van een nest vernietigt. Er zijn manieren om hommelkoninginnen te verleiden in de tuin te komen nestelen, bijvoorbeeld door een bloempot in te graven of met een hommel-kijk-kast, wat materiaal uit een muizennest kan ze door de geur lokken.

Hommels kunnen steken, maar zullen dat alleen in uiterste nood doen, ze zijn niet agressief. Als een hommel stil zit en ze voelt zich bedreigd zal ze een van haar middelste pootjes optillen.

Soms wordt het harde werken ze teveel en zie je de hommel versuft op de grond liggen. Help haar dan door haar op een bloem te zetten of haar op een lepel water met honing aan te bieden. Hommels in deze situatie klimmen makkelijk op je vingers en zijn ook goed te bekijken.

Minicursus Wilde bijen
Op 29 april organiseert de KNNV afdeling van 13:00 tot 15:30 uur een minicursus Wilde bijen, (her) kennen en waarderen van wilde bijen o.l.v. Frank van der Meer, na een presentatie gaan we het veld in om naar deze groep te bekijken. Materialen zijn aanwezig, enkele zijn te koop. Locatie Melarium, Melariumpad 11, Delft. De capaciteit is beperkt. De kosten zijn € 10,-; leden € 5,-. Inlichtingen 06 – 33 00 1742. Opgeven via afdelingDelfland@knnv.nl

Nationale Bijentelling – 21 en 22 april
In het weekend van 21 en 22 april wordt een ‘Nationale Bijentelling’ gehouden. Waarom? Het gaat niet goed met de wilde bij. Van de 358 soorten is ruim de helft bedreigd. Als we meer weten over bijen, kunnen we de bij beter helpen. Elke bij telt, jij ook? www.nederlandzoemt.nl

Soort van de maand, aardhommel, KNNV afdeling Delfland