Eis om extra maatregelen Staat voor luchtkwaliteit afgewezen

Rechtspraak.nl

Westlanden 22.05.2018 - De Nederlandse Staat hoeft geen extra maatregelen te nemen om aan de Europese normen voor fijnstof te voldoen. Dat heeft het gerechtshof

Den Haag dinsdag in een kort geding bepaald. De Vereniging Milieudefensie en de Stichting Adem in Rotterdam waren dit kort geding voor een betere luchtkwaliteit begonnen tegen de Staat.

Het Haagse gerechtshof heeft het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 7 september 2017 vernietigd, voor het deel waartegen hoger beroep ingesteld was. In dat kort geding vonnis had de voorzieningenrechter de Staat onder meer verboden nieuwe maatregelen te nemen waarvan, in de visie van het RIVM statistisch gezien, verwacht moet worden dat deze tot overschrijding van de Europese grenswaarden voor (onder meer) fijnstof zouden leiden. De Staat heeft hiertegen hoger beroep ingesteld, omdat de Staat het met dit verbod niet eens is.

Na het kort geding in eerste aanleg heeft de rechtbank Den Haag in de bodemprocedure uitspraak gedaan over de luchtkwaliteit (vonnis van 27 december 2017; ECLI:NL:RBDHA:2017:15380).

Collegevragen inzake luchtkwaliteit in Westland

In dat bodemvonnis zijn na uitvoeriger onderzoek dezelfde vragen beantwoord als in het kort geding. Het gerechtshof moet zijn beslissing in dit kort geding op het bodemvonnis van de rechtbank afstemmen. In dat vonnis heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat de Staat aan de Europese norm voor fijnstof voldoet door onder de grenswaarden te blijven die met het Europese modelinstrumentarium berekend zijn. De Staat hoeft geen veiligheidsmarge toe te voegen aan de standaardrekenmethodes die volgen uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit.

Omdat de vordering in dit kort geding erover ging dat de Staat wel zo’n (extra) veiligheidsmarge in acht moet nemen, kan de vordering in het kort geding in hoger beroep niet meer worden toegewezen. Het gerechtshof heeft het kort geding vonnis van de rechtbank daarom vernietigd. Op de Staat rust wel de verplichting om ervoor te zorgen dat de grenswaarden niet opnieuw worden overschreden. Die verplichting kan niet leiden tot toewijzing van de vordering om iets extra’s te doen bovenop de verplichtingen die uit de Europese regelgeving voortvloeien.