Bevolkingskrimp in begin van coronacrisis

CBS

Nederland 19.05.2020 - In grote delen van Nederland daalt sinds het begin van de corona-epidemie in week 11 het aantal inwoners;

ook in gebieden waar begin 2020 de bevolking nog groeide. Dit komt niet alleen door oversterfte, maar ook door de afgenomen immigratie. De omslag is relatief het sterkst in Groot-Amsterdam, een regio die tot voor kort sterk groeide door immigratie. In sommige regio’s wordt de bevolkingsgroei vooralsnog nauwelijks beïnvloed door de coronacrisis. Dat meldt het CBS op basis van voorlopige cijfers tot en met week 16 van 2020.

Landelijk sloeg de bevolkingsgroei van de periode voorafgaand aan de coronacrisis (wekelijks 13,4 per 100 duizend inwoners in week 3 tot en met 11) om in een bevolkingskrimp (van 5,3 per 100 duizend per week in week 13 tot en met 16). De bevolking van Nederland kromp deze vier weken met 3 708 mensen. In 2019 groeide de Nederlandse bevolking met 10,5 per 100 duizend inwoners per week in week 13 tot en met 16. In week 12 (16 maart tot en met 22 maart) werden beperkende maatregelen ingevoerd.

Grote regionale verschillen
De impact van de coronacrisis op de bevolkingsontwikkeling verschilt tussen regio’s. In grote delen van Friesland is nauwelijks iets veranderd en in delen van Drenthe en Zeeland nam de bevolkingsgroei wat toe. In deze regio’s was de sterfte als gevolg van het coronavirus vooralsnog relatief beperkt en speelt migratie uit het buitenland een bescheiden rol.

De grootste verandering in de bevolkingsgroei was in COROP-gebied Groot-Amsterdam. In de weken voor de coronacrisis groeide de bevolking daar met 34 per 100 duizend per week, daarna was er een krimp van 23 per 100 duizend per week. Andere COROP-gebieden met een sterke daling zijn Oost-Groningen (van 6 naar -26), Midden-Noord-Brabant (van 16 naar -15), Noordoost-Noord-Brabant (van 14 naar -18) en Zuid-Limburg (van -5 naar -39). De dalingen in Groot-Amsterdam en Oost-Groningen hangen vooral samen met de afgenomen immigratie, terwijl de dalingen in de Brabantse en Limburgse regio’s vooral samenhangen met de toegenomen sterfte.

Sterfte overtreft geboorten in bijna alle regio’s
De natuurlijke aanwas (het verschil tussen geboorte en sterfte) voor Nederland als geheel is gedaald van gemiddeld 0 per week voorafgaand aan de coronacrisis, naar -9,3 per 100 duizend inwoners per week in week 13 tot en met 16. In dezelfde weken van 2019 nam de natuurlijke aanwas juist toe van -0,5 naar 1,3 per 100 duizend per week. De daling van de natuurlijke aanwas is het sterkst in regio’s die het hardst zijn getroffen door de corona-epidemie; in COROP-gebied Noordoost-Noord-Brabant daalde de natuurlijke aanwas van -2 naar -31 gemiddeld per week.

In de weken voorafgaand aan de coronacrisis hadden vijftien van de veertig COROP-gebieden een positieve natuurlijke aanwas, in het begin van de crisis zijn dat er nog maar twee. Drie COROP-gebieden (Oost-Groningen, Delfzijl en omgeving en Noord-Drenthe) laten juist een lichte toename van de natuurlijke aanwas zien. Dit zijn regio’s waar vooralsnog relatief weinig mensen zijn overleden aan het coronavirus.

Aantal verhuizingen weinig veranderd sinds coronacrisis
Sinds de coronacrisis is het aantal verhuizingen weinig veranderd. Voor heel Nederland daalde het gemiddeld aantal verhuizingen tussen gemeenten van 84,3 per 100 duizend inwoners per week voor de crisis, naar 75,1 per 100 duizend inwoners per week tijdens de eerste weken van de coronacrisis. In dezelfde weken in 2019 daalde het gemiddeld aantal verhuizingen per week van 82,7 naar 80,5 per 100 duizend inwoners.

In enkele COROP-gebieden waren wel veranderingen in de binnenlandse migratie. Zo was er vanuit gemeenten in Oost-Groningen veel minder vertrek richting andere gemeenten omdat er veel minder uitstroom was vanuit het azc van Ter Apel. In gemeenten in Overig Zeeland vestigden zich juist aanzienlijk meer inwoners uit andere gemeenten dan voor de coronacrisis. De hogere vestigingscijfers betroffen met name de kustgemeenten.

Minder migratie vanuit het buitenland
Voor de coronacrisis bedroeg het saldo van de buitenlandse migratie gemiddeld 13,3 per week (per 100 duizend inwoners), tijdens de eerste weken van de crisis daalde dit cijfer naar 4,0 per 100 duizend, (naar ongeveer 100 per week volgens de rijksoverheid). In dezelfde weken vorig jaar daalde dit cijfer van 12,6 naar 9,1.

De daling in het saldo van de buitenlandse migratie was het grootst in COROP-gebied Oost-Groningen (van 138 naar 3 per 100 duizend per week). In deze regio was voor de coronacrisis nog een flinke instroom door asielmigratie richting het azc in Ter Apel, maar deze kwam zo goed als stil te liggen. De sterke daling van de immigratie in Oost-Groningen wordt goeddeels in evenwicht gehouden door het afgenomen binnenlandse vertrek van statushouders.