6 jaar cel en TBS voor ombrengen dochter in ziekenhuis

Rechtspraak.nl

Rotterdam 23.10.2020 - De rechtbank heeft vandaag een 42-jarige man uit Rotterdam veroordeeld voor het doden van zijn 8-jarige dochtertje in het Maasstadziekenhuis in Rotterdam.

De man is veroordeeld voor doodslag en krijgt een gevangenisstraf van zes jaar en tbs met dwangverpleging. De rechtbank is van oordeel dat de man handelde onder invloed van een geestelijke stoornis, maar ook een eigen verantwoordelijkheid had.

De destijds 40-jarige man  stak op 15 maart 2019 zijn dochter met een schaar en drukte zijn hand op haar mond. Hij verklaarde kort na zijn aanhouding dat hij zijn dochter had gedood en de rechtbank acht dat ook bewezen. De man heeft op de zitting geen antwoord meer gegeven op de vraag waarom hij zijn dochter om het leven heeft gebracht. Dat ligt ook in het verlengde van zijn verklaring dat hij zich niet kan herinneren haar gedood te hebben. De eerste verklaring van de verdachte tegenover de politie wijst erop dat de verdachte in een waan verkeerde dat hij zijn dochter moest beschermen tegen seksueel misbruik.

Tot 17 jaar cel voor voorbereiden terroristische aanslag

Waanideeën
In het Pieter Baan Centrum heeft de man nauwelijks meegewerkt aan de psychologische onderzoeken, naar eigen zeggen vanwege kiespijn. De psycholoog en de psychiater konden ondanks de beperkingen van hun onderzoek vaststellen dat de man last heeft van een persoonlijkheidsstoornis en een waanstoornis. Dat was ook zo ten tijde van het misdrijf. In zijn waan­stoornis dacht de man dat zijn dochter ten prooi was gevallen aan een pedofielennetwerk en dat de moeder daaraan bij droeg. De psycholoog heeft op duidelijke wijze uitgelegd waarom het een waanidee is: de verdachte kan niet duidelijk aangeven waarop hij zijn vermoedens baseert, zijn overtuiging dat ze werd misbruikt is niet corrigeerbaar wanneer hij wordt gewezen op het gebrek aan bewijs en als concreet doorgevraagd wordt naar de bewijzen die de verdachte ziet dan worden de antwoorden van de verdachte vager. Ook is in het milieuonderzoek geen enkele aanwijzing gevonden dat de dochter in een pedofielennetwerk terecht was gekomen.

Hulp gezocht
De psycholoog en de psychiater beschrijven verder dat de verdachte in de aanloop van de gebeurtenissen van 15 maart 2019 door deze geestelijke problemen steeds verder buiten de realiteit is getreden. Hij raakte voorafgaand aan de dood van zijn dochter in toenemende mate ontregeld. Hij voelde zich passief en depressief en was boos omdat hij meende dat er een seksfilmpje van de moeder van zijn dochter rondging. Enkele dagen voor 15 maart 2019 ging hij naar de school van zijn dochter en gaf daar bij de directeur aan dat het niet goed met hem ging. Hij zei dat hij werd bedreigd, afgeluisterd en achtervolgd. Ook vertelde hij het vermoeden te hebben dat zijn dochter was misbruikt en dat de moeder van zijn dochter in de prostitutie zou zitten. Hij droeg toen een kogelwerend vest en had een mes bij zich. De psycholoog en de psychiater beschrijven dat het gedrag van de verdachte daarna verder verslechterde. Hij meldde zich met pijn op de borst bij de spoedeisende hulp. Deze zagen voornamelijk een angstige, paranoïde man en constateerden geen lichamelijke problemen. Op de avond van 15 maart 2019 maakte de man een verwarde indruk op medewerkers van Jeugdzorg die hem telefonisch spraken.

Verminderd toerekeningsvatbaar
De psycholoog en psychiater zien een duidelijke relatie tussen de psychische problemen en het uiteindelijke handelen van de man. Zij beschrijven dat de psychische problemen zodanig op de voorgrond stonden, dat deze de keuzes van de verdachte hebben beïnvloed. In overeenstemming met het advies van de deskundigen komt de rechtbank tot de conclusie dat de man door zijn psychische problemen in de week voorafgaand aan de dood van zijn dochter in toenemende mate de grip op de realiteit kwijt raakte. De rechtbank volgt daarom het advies van de deskundigen om de man verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank komt niet tot een volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Het is immers niet aannemelijk geworden dat de man (nagenoeg) iedere grip op de realiteit kwijt was en dat hij zijn gedrag niet of nauwelijks meer kon bepalen. Hij had daarom moeten inzien dat het doden van zijn dochter geen oplossing was.

De rechtbank oordeelt dus dat de man heeft gehandeld onder invloed van een stoornis en dat deze stoornis deels de reden is dat hij zijn dochter heeft gedood. Maar er blijft ook een stuk eigen verantwoordelijkheid van de man over. Deze combinatie van stoornis en eigen verantwoordelijkheid maakt dat de rechtbank een combinatie van TBS en gevangenisstraf een passende reactie vindt. Enerzijds is er behandeling nodig, anderzijds een stuk vergelding voor de dood van het 8-jarige meisje.

Doodslag
De vader heeft zijn dochter opzettelijk om het leven gebracht, maar uit niets blijkt dat de man dit vooraf bedacht had. De man was duidelijk in de war en daarom kan niet worden uitgesloten dat zijn beslissing om zijn dochter te doden in een opwelling werd genomen. De rechtbank oordeelt daarom net als de officier van justitie en de verdediging dat er geen sprake is van moord, maar van doodslag.

Gevangenisstraf
De rechtbank neemt de ernst van het feit zeer serieus, maar er moet ook worden meegewogen dat de man handelde onder invloed van een stoornis. Ook heeft hij in de periode voorafgaande aan de dood van zijn dochter op zijn manier hulp gezocht. Dat heeft de dood van zijn dochter niet kunnen voorkomen, maar hij heeft wel degelijk geprobeerd om iets aan zijn situatie te doen. Daarnaast wordt er ook rekening mee gehouden dat de man naar alle waarschijnlijkheid lang in een TBS-kliniek verblijft. Daarom gaat de rechtbank niet mee in de eis van de officier van justitie van tien jaar gevangenisstraf, maar legt de rechtbank een straf op van zes jaar.

Dwangverpleging
De kans op herhaling wordt door de psycholoog en de psychiater als hoog ingeschat als de man geen goede behandeling krijgt. Daarom concludeert de rechtbank, net als de psycholoog en de psychiater, dat de man tbs met dwangverplichting krijgt opgelegd.