Kritiek op ‘risicovolle’ warmteverbinding tussen Rotterdam en Leiden

Geplaatst door Westlanders.nu op 21/03/2019 05:33 - Gewijzigd op 21/03/2019 08:45

Westlanden 21.03.2019 - Vorige maand stemden de colleges van de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam in met

miljoeneninvesteringen in de ‘Leiding over Oost’, een warmtetransportleiding tussen Leiden en de haven van Rotterdam.

Met deze verbinding kan restwarmte van de Rotterdamse industrie ingezet worden om ook woningen en bedrijven in Leiden van warmte te voorzien. De aanbesteding is inmiddels begonnen, maar er bestaan vanaf het begin al vraagtekens over de duurzaamheid, efficiëntie en kosten van het ambitieuze plan. Bovendien zou de gemeente Rotterdam fors investeren in duurzaamheidswinst in een andere gemeente, een op het oog aparte situatie. 

Begin februari stelde de Rekenkamer Rotterdam nog in een rapport dat uitvoering van dit plan nogmaals kritisch onder de loep genomen moet worden. Het zou een groot financieel risico zijn en ook zou de milieuwinst veel lager uitvallen dan beschreven. De Rekenkamer stelt dat aansluiting op meer Rotterdamse woningen veel meer voor de hand ligt, en dat het plan nogmaals onafhankelijk goed moet worden geanalyseerd. Ook zou de gemeente teveel vastzitten aan afspraken met Nuon, een van de aanjagers achter dit plan. 

Noodzaak warmtenetten

Van de ca. 7,8 miljoen huishoudens in Nederland zijn ca. 7,2 miljoen aangesloten op een gasnet voor het opwekken van warmte. Met het oog op uitstootreductie en het stoppen van de aardgaswinning in Groningen wordt er uitgekeken naar andere manieren van verwarming, een grote opgave gezien het huidige aardgasverbruik. Warmtenetten, waarbij (rest)warmte middels water vanuit één of een aantal centrale punten door een leiding naar alle aangesloten woningen of bedrijven wordt geleid, wordt enerzijds gezien als een goede oplossing, anderzijds bestaat er ook kritiek. De voornaamste discussies richten zich op in hoeverre er sprake is van restwarmte of extra opgewekte warmte, op de lokale monopolies en de gecreëerde afhankelijkheid van de leverende bronnen. 

Of de aanleg van een warmtenet beter is (milieutechnisch en financieel) dan het gebruik van gas of een warmtepomp is per situatie verschillend. Voor de meeste bestaande bouw geldt dat een hoge temperatuur-warmtenet het goedkoopste alternatief is voor gas, omdat hier geen grote verbouwingen voor betere isolatie en vloerverwarming voor nodig zijn. Veel grote gemeenten hebben daarom wijken aangesloten op een hoge temperatuur-warmtenet, met als voornaamste bronnen afvalverbrandingsinstallaties, elektriciteitscentrales en de (chemische) industrie, die gegenereerde warmte zo nuttig kunnen inzetten. Zo ook de gemeenten Rotterdam en Leiden.

Financiële problemen Warmtebedrijf Rotterdam en ambities warmterotonde

In Rotterdam zijn sinds 2013 60.000 woningen aangesloten op een warmtenet dat warmte levert uit de afvalverbrandingsinstallatie van AVR in Rozenburg en sinds kort ook uit de Shell-raffinaderij in Pernis. Dit warmtenet is van het Warmtebedrijf Rotterdam (WBR), dat voor het grootste deel eigendom is van de gemeente Rotterdam. De warmte wordt aan klanten geleverd door Nuon of Eneco. WBR is echter een verlieslijdend bedrijf, waar de gemeente miljoenen in moet steken om het in stand te houden. Een van de oorzaken is een contract voor de inkoop van warmte bij de afvalverbrander AVR, WBR koopt meer warmte in dan het aan de andere kant verkoopt, er zijn minder woningen aangesloten dan van tevoren ingeschat. 

Als onderdeel van een herstelplan is gezocht naar meer afzet en is men bij Leiden uitgekomen. In Leiden wordt reeds enkele decennia een warmtenet met 13.000 woningen gevoed door een gasgestookte elektriciteitscentrale. Hoewel deze levering technisch voortgezet kan worden, wil  leverancier Nuon uit commerciële overwegingen de geleverde warmte uit deze centrale per 2020 vervangen. Nuon klopte dus aan bij WBR, waar men juist naar afzet zocht. Niet alleen is er nog warmte over bij de afvalverbrandingsinstallatie, ook de chemische industrie in de haven kan in potentie bijna een half miljoen huishoudens van warmte voorzien. Om WBR de financiële ruimte te geven voor de aanleg van de leiding van 40 kilometer lang, door complex gebied, was een kapitaalinjectie van ca. €118 miljoen nodig. 

Naast deze investering van de gemeente steekt de provincie een bedrag van €137,5 miljoen in het Warmteparticipatiefonds. Het fonds is opgezet ter ondersteuning van de ontwikkeling van een open warmte-infrastructuur in Zuid-Holland: de warmterotonde. Dit netwerk van warmteleidingen moet de haven, de glastuinbouw en stedelijke gebieden als Rotterdam, Den Haag, Dordrecht, Delft en Leiden met elkaar verbinden. De warmte moet geleverd worden door verschillende bronnen, die zich vrij kunnen laten aansluiten. Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie, Provincie Zuid-Holland, Eneco en WBR hebben zich in de Warmtealliantie Zuid-Holland achter dit plan geschaard. De verbinding tussen het Leidse en het Rotterdamse warmtenet past binnen deze ambitie. 

Voortzetting ondanks waarschuwingen

Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam is zeer kritisch over de Leiding over Oost. Naast de forse investering, die niet ten goede komt aan Rotterdammers maar aan Leidenaren en Nuon, valt ook de duurzaamheidswinst volgens de Rekenkamer 15 tot 25 kiloton CO2 lager uit. Bovendien geldt ook hier dat deze duurzaamheidswinst in Leiden wordt behaald, terwijl de uitstoot in Rotterdam licht zal stijgen. De Rekenkamer raadt aan te kiezen voor de aansluiting van 10.000 extra woningen en bedrijven in Rotterdam-Zuid, met verhoudingsgewijs meer emissiereductie tegen substantieel lagere kosten. Voor men toch het plan doorzet moet de gemeente een ‘deugdelijke, onafhankelijke risicoanalyse’ op laten maken en moeten de afspraken met Nuon ‘redelijker en billijker’. De gemeente Rotterdam lijkt echter niet van zins om nog af te wijken van het plan, dat reeds te ver gevorderd zou zijn en waar geen goede alternatieven voor zouden bestaan.

Volgens het huidige plan moet het eerste tracé tussen Zoeterwoude en Leiden gereed zijn voor warmtelevering op 1 oktober 2020, op 1 april 2021 moet ook het tracé Rotterdam – Zoeterwoude gereed zijn. De totale kosten mogen niet hoger uitkomen dan €140 miljoen.

Bron; https://www.rijnmond.nl/nieuws/178010/Rekenkamer-gemeente-onduidelijk-over-risico-s-warmtenet