Collegevragen inzake weigeren omgevingsvergunning Kerkstraat Kwintsheul

GBW

Kwintsheul 13.12.2018 - Bij memo van 5 december 2018 informeert uw college ons over haar besluit om de omgevingsvergunning voor het oprichten van 13 woningen

aan de Kerkstraat 127a te Kwintsheul te weigeren.

Over de weigeringsgronden stelt het memo:

1 De aanvraag is geweigerd omdat de aanvraag niet voldoet aan een goede ruimtelijke onderbouwing.
2 Zo ontbreekt het regelen van het kostenverhaal door middel van een anterieure overeenkomst.
3 Over aanvullende eisen daags voor het te nemen besluit is geen overeenstemming bereikt.
4 Daarnaast is ten tijde van het besluit sprake van een evident private belemmering waardoor het project niet uitvoerbaar is.

GemeenteBelang Westland heeft met regelmaat haar bezorgdheid uitgesproken over de stroperige voortgang in de diverse nieuwbouwplannen voor Kwintsheul. Vanuit die bezorgdheid, brengt het weigeren van een omgevingsvergunning voor de bouw van 13 o-zo-welkome woningen ons tot de volgende vragen:

In het ontwerp omgevingsvergunning dat uw college vanaf 28 september 2018 door uw college ter inzage is gelegd is opgenomen: “Bij het ingediende project is een ruimtelijke onderbouwing meegeleverd. Uit deze onderbouwing en de onderliggende onderzoeken blijkt dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke onderbouwing”.

- Wat is de oorzaak en/of aanleiding dat - in tegenstelling tot bij het opmaken van de ontwerp omgevingsvergunning - nu wordt geoordeeld dat de ruimtelijke onderbouwing bij het plan niet voldoet?

- Is het juist dat tussen aanvrager en gemeente Westland overeenstemming bestaat over de belangrijke punten in een anterieure overeenkomst zoals de bijdrage in gemeentelijke kosten, het woningbouwprogramma, de eventuele planschade en de inrichting van de openbare ruimte. En is het juist dat aanvrager de verschuldigde bijdrage inmiddels volledig aan de gemeente heeft voldaan?

- Is het juist dat in de (concept) anterieure overeenkomst een bepaling is opgenomen, waarbij de aanvrager aan de gemeente een vrijwaring voor aansprakelijkheid verstrekt? En dat aanvrager binnen dit artikel slechts één uitzondering wilde maken voor de veronderstelde vertragings¬schade? Kan het zijn dat bij het ontbreken van overeenstemming op louter en alleen dit punt uw college heeft besloten de omgevingsvergunning te weigeren

- Is uw college er van op de hoogte dat waar het de ‘evident private belemmering’ betreft tussen aanvrager en hierbij betrokken derden overeenstemming bestaat over een grondruil waarmee de belemmering is opgeheven?

- Draagt uw college kennis van het feit dat uit rechtspraak volgt dat bij verlenen en/of weigeren van een ontheffing van het bestemmingsplan slechts ruimtelijke relevante belangen bij de besluitvorming kunnen worden betrokken?

- En dat bij het resterende discussiepunt (zie punt 3) tussen aanvrager en gemeente géén ruimtelijk belang in het geding is? Wilt u daarom uw beslissing tot weigeren van de omgevings¬vergunning in heroverweging nemen?

- En tijdig een nieuw besluit nemen zodat binnen termijnen van de Flora- en faunawet een aanvang met het project (cq sloop bestaande opstallen) gemaakt kan worden?

Wij verzoeken u onze vragen tijdig te beantwoorden.

Fractie GemeenteBelang Westland

Remmert Keizer

André van den Berg