Collegevragen inzake WOZ-waardes sportcomplexen - onroerend goed verenigingen

CDA Westland

Westland 04.04.2019 - Vanuit het bestuur van een van de sportverenigingen bereikt ons de opmerking over een verhoging van de waarde in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) met ruim 9%.

Het behoeft geen uitleg dat elke verhoging leidt tot een moeizamere exploitatie, hetgeen onwenselijk is onder meer gezien het belang dat wij in Westland hechten aan de rol die wij onze verenigingen toebedelen bij het versterken van de sociale cohesie. De verhoging roept mede vragen op nu het niet heel aannemelijk is dat die objecten opeens veel couranter zijn geworden.

Mochten de richtlijnen vanuit de taxatiewijzer van de WOZwaarderingskamer mogelijkerwijs een stijgende tendens laten zien, dan staat het de gemeente vrij om op basis van een taxatie op maat vast te stellen dat de werkelijke waarde afwijkt van die bij toepassing van de standaarden in een taxatiewijzer tot stand zou komen.

Dat brengt voor onze fractie de navolgende vragen met zich mee:

1. Bent u bekend met de verhogingen van de WOZ-waardes en deelt u de mening van onze fractie dat onze verenigingen niet meer dan strikt onvermijdbaar met lastenverzwaringen moeten worden geconfronteerd?

2. Is uw college bereid te laten bezien of bij de bepaling van de thans vastgestelde WOZwaardes van het onroerend goed van onze verenigingen niet nodeloos te hoog is gewaardeerd;

3. Is uw college bereid dergelijk onroerend goed “op maat” te laten waarderen als de indruk bestaat dat daarmee een lagere WOZ-waarde kan worden onderbouwd dan wanneer blindelings de standaardcijfers uit de taxatiewijzer worden toegepast?

Wij zien uw antwoord graag binnen de daarvoor gestelde termijn tegemoet.

Namens de fractie van CDA Westland,

Jaco Eeltink