Huisvesting na echtscheiding eerste zorg voor ouders

College Westland

Westland 07.09.2019 - Op 24 juli hebben B&W vragen ontvangen van de fractie GBW over ‘voorkomen benadeling door nieuwe regels Huisvestingsverordening’.

Ingevolge artikel 42 van het Reglement van Orde informeren zij u als volgt.  

Inleiding
Bij de beraadslagingen over de nieuwe Huisvestingsverordening Westland heeft de fractie van GBW haar zorgen geuit over het feit dat één van de nieuwe regels in de verordening inhoudt dat mensen na een echtscheiding (of verbreken van een samenlevingsrelatie) jaren langer ‘in de wacht’ zullen staan. Met het indienen van een wijzigingsvoorstel heeft GBW die dwaling willen herstellen, vooral om erger leed voor kinderen die bij die scheiding betrokken zijn te voorkomen. De wethouder reageerde op ons voorstel dat “het lastig is om iets te veranderen, want dat betekent dat je moet afstemmen met de collega’s en dat blijkt in de praktijk niet te werken”, waarop uw college, uit gemakzucht dus, ons voorstel niet heeft willen overnemen. Het voorstel heeft daarop jammergenoeg ook niet voldoende steun in de gemeenteraad gekregen. 

Het gevoelen van de fractie van GBW is inmiddels spijtig genoeg al bewaarheid. Binnen één maand na invoering van de Huisvestingverordening meldden zich al de eerste schrijnende benadeelden van de nieuwe regels in de Huisvestingsverordening. Wij hebben onder andere kennis van een zaak waarbij in Westland een jonge vrouw met kinderen in de schoolgaande leeftijd nu na een echtscheiding noodgedwongen moet wonen in een caravan. Van een Westlandse corporatie heeft zij daarbij het advies gekregen om maar in Den Haag op zoek te gaan naar een sociale huurwoning, want in Westland wordt dat een zaak van wel heel lange adem. Stelt u zich het leed voor die kinderen eens voor.

Bij al het verdriet rondom de scheiding van hun ouders, komt daar ook nog eens bij dat zij hun vertrouwde school- en speelomgeving, inclusief alle vriendjes kwijtraken. Hoe harteloos zijn wij in Westland voor onze eigen inwoners, terwijl wij bij wijze van spreken het vuur uit de sloffen lopen om statushouders buiten alle regels om een sociale huurwoning in Westland aan te bieden. Zo’n behandeling moeten toch ook onze eigen inwoners in een bijzondere nare situatie ten deel kunnen vallen.

Gemiddelde huurverhoging niet hoger dan inflatie

Vraag 1
Deelt uw college de opvatting van GBW dat na een echtscheiding erger leed (zoals verlies van vertrouwde school- en speelomgeving, inclusief vriendjes) voor kinderen die hierbij betrokken zijn voorkomen moet worden? 

Antwoord 1
Uitzonderingen daargelaten, mag je er vanuit gaan dat ouders voordat ze gaan scheiden de consequenties hiervan overzien en afwegen. Wij achten het niet reëel om de gevolgen van deze keuze te bestempelen als een probleem dat de gemeenschap voor deze ouder(s) op moet lossen. Het vinden van een oplossing is dan ook primair de verantwoordelijkheid van de ouders. 

 

Vraag 2
Is uw college bereid om mensen die na een echtscheiding noodgedwongen de woning moeten verlaten en waarbij jonge kinderen zijn betrokken, met voorrang een sociale huurwoning in de eigen wijk en/of woonplaats toe te (laten) wijzen. Bijvoorbeeld met een beroep op artikel 3.10 en/of artikel 3.11 en uiteraard mits wordt voldaan aan de inkomenseisen die in de sociale huursector worden gesteld. 

Antwoord 2
Met verwijzing naar het antwoord op vraag 1, is echtscheiding in beginsel geen reden voor urgentie. Dat gold ook al vóór de invoering van de nieuwe Huisvestingsverordening.   

Natuurlijk zijn er uitzonderingen op deze regel. Deze uitzonderingen gelden voor situaties waarin er meer speelt dan enkel en alleen een echtscheiding. Denk bijvoorbeeld aan een echtscheiding als gevolg van (aantoonbaar) ernstige mishandeling. In een dergelijk geval kan er op grond van artikel 3.10 of 3.11 een urgentie worden verleend. Sterker nog, vooral in het belang van de kinderen heeft het college voor dit soort situaties enkele pauzewoningen beschikbaar gesteld.

De desbetreffende ouder kan daar, samen met de kinderen, in relatieve rust de verdere afwikkeling van de scheiding afwachten. Zoals u weet, is de inhoud van het echtscheidingsconvenant bepalend voor het antwoord op de vraag of de ouder een urgentie nodig heeft. Mocht dit het geval zijn, dan heeft de ouder nog drie maanden de tijd om op basis van de urgentie een passende woning te vinden voor hem/haar en de kinderen.