Vorig jaar 22 uitkeringen verlaagd in gemeente Westland

College Westland

Westland 22.03.2019 - Op 21 januari heeft de fractie LPF Westland collegevragen gesteld inzake verplichtingen uitkeringsgerechtigden aan de Participatiewet.

Ingevolge artikel 42 van het Regelement van Orde informeren zij u als volgt.

Vraag 1

Wat is het beleid over een tegenprestatie en de Wet Taaleis in de Gemeente Westland en hoe geeft het college dit vorm? 

Antwoord 1

We vinden het van groot belang dat inwoners de Nederlandse taal spreken om mee te kunnen doen in onze samenleving. De Wet Taaleis behelst een wijziging van de Participatiewet (bestaande uit een invoeging van artikel 18 b) met ingang van 1 januari 2016. In de beleidsregels Wet Taaleis gemeente Westland 2016 is invulling aan de uitvoering van de wet gegeven. Het is logisch dat de wet ervan uitgaat dat mensen hun uiterste best doen om de Nederlandse taal te leren en dat wanneer mensen zich aan die verplichting onttrekken, de gevolgen van hun keuze moeten dragen. Het niet voldoende beheersen van de Nederlandse taal is wettelijk geen uitsluitingsgrond of toegangsvoorwaarde voor bijstand, maar er kan een inspanningsverplichting aan uitkeringsgerechtigde worden opgelegd. Met het tekenen van de inspanningsverplichting verklaart de werkzoekende dat hij zich, met in achtneming van zijn mogelijkheden, omstandigheden en persoonlijke situatie, inspant om de Nederlandse taal te leren. Halfjaarlijks wordt gecontroleerd of aan de inspanningsverplichting wordt voldaan. Op dit moment worden het uitvoeringsproces en het monitoren van de inspanningsverplichting verscherpt met als doel om zo min mogelijk mensen onnodig aan de kant te laten staan.

Wederom collegevragen inzake handhaving buitengebieden

In de re-integratieverordening Participatiewet gemeente Westland 2017 staan regels opgesteld over de invulling van wederkerigheid als tegenprestatie. De wederkerigheid heeft tot doel maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten voor de samenleving in ruil voor de uitkering. Deze activiteiten mogen re-integratie niet in de weg staan. Om die reden wordt aan de groep uitkeringsgerechtigden die een re-integratietraject volgen, geen wederkerigheid opgelegd. De Participatiewet biedt de mogelijkheid dat uitkeringsgerechtigden zelf meebepalen wat zij als wederkerigheid gaan uitvoeren. Als college vinden we het belangrijk dat uitkeringsgerechtigden vanuit eigen motivatie maatschappelijk actief zijn. Mede daarom wordt het doen van vrijwilligerswerk gezien als een legitieme vorm van wederkerigheid.

Vraag 2 

Hoeveel personen zijn er in Westland die een bijstandsuitkering ontvangen en de taal niet of beperkt spreken? 

Antwoord 2

Bij alle nieuwe aanvragen voor een bijstandsuitkering wordt sinds 2016 een taalmeter ingezet. Hieruit volgt een indicatie om een taaltoets af te nemen. Deze taaltoets wordt afgenomen door ROC Mondriaan. Vanaf eind 2016 zijn 344 personen beoordeeld op taalvaardigheid. Bij 37 personen was het taalniveau onvoldoende en zijn vervolgens taaltoetsen afgenomen, ten opzichte van 1250 bijstandsgerechtigden in totaal in onze gemeente. Aan de hand van de uitkomsten van deze toets zijn inspanningsverplichtingen opgelegd in de toekenningsbeschikking van de uitkering. 

Vraag 3

Hoeveel uitkeringen zijn er gestopt of gekort als gevolg van het (niet inspannen of niet spreken) van de Nederlandse taal?

Antwoord 3

Er zijn tot nu toe geen uitkeringen gestopt of maatregelen opgelegd die gericht zijn op de inspanningsverplichting in het kader van de Wet Taaleis. Doordat de inspanningsverplichting in de uitvoering is verbonden aan de re-integratieverplichting, wordt de inspanning op taal ook in directe relatie beoordeeld met de inspanning op re-integratie. Hiermee wordt aangesloten bij de overwegingen bij de wet, namelijk dat het beheersen van de Nederlandse taal de kansen vergroot op het verkrijgen van werk.

Het komt wel voor dat uitkeringen worden verlaagd. Zo zijn er in 2018 22-tal verlagingen opgelegd in verband met het zich niet voldoende inspannen om aan het werk te komen. Denk aan gedragingen als het niet voldoen aan een oproep voor arbeidsinschakeling of het niet nakomen van verplichtingen uit het Plan van Aanpak.

Vraag 4

Hoeveel ontvangers van een uitkering hebben een tegenprestatie geleverd en zo ja, waar bestaat dit uit? Zo nee, waarom wordt geen tegenprestatie verlangd?

Antwoord 4

In 2018 hebben 41 personen wederkerigheid uitgevoerd. Er zijn geen gevallen bekend waarin iemand wederkerigheid definitief heeft geweigerd. Het merendeel van de werkzaamheden worden in de zorg verricht. Denk aan het overdag ondersteunen en helpen bij dagbesteding.

Vraag 5 

Is het college het met LPF Westland eens dat ontvangers van een bijstandsuitkering de Nederlandse taal dienen te spreken en als zij dit niet doen de bijstandsuitkering moet worden gekort / gestopt?

Antwoord 5

De Wet Taaleis legt een inspanningsverplichting op aan uitkeringsgerechtigde. Doel van die inspanningsverplichting is om vaardigheden in de Nederlandse taal op referentieniveau 1F te verwerven. Wanneer blijkt dat de uitkeringsgerechtigde zich verwijtbaar niet voldoende inspant om de taal te leren is een maatregel op zijn plaats, omdat we de beheersing van de Nederlandse taal als een zeer belangrijke voorwaarde zien om aan betaald werk te komen.

Vraag 6 

Hoe gaat het college de aanbevelingen van staatssecretaris van Ark overnemen?

Antwoord 6

Wij zijn bekend met de brief van de staatssecretaris en zijn het met de staatssecretaris eens dat om volwaardig mee te doen in onze samenleving het spreken van de Nederlandse taal onmisbaar is. We zijn van mening dat wij dit onderwerp al oppakken en zien geen aanleiding om beleidsmatig andere keuzes te maken. De werking van de Wet Taaleis wordt versterkt door onze werkwijze waarbij de inspanning tot verbetering van de Nederlandse taal direct is verbonden met het traject gericht op werk. Gedurende het re-integratietraject wordt aandacht besteed aan de Nederlandse taal waardoor kansen op werk worden vergroot. Dit past binnen de beoordelingsruimte die aan het college toekomt.