Ambulanceverhalen; Handen thuis!

R.A. de Jong

Westlanden 05.05.2019 - Het is maar goed dat we niet precies weten wat zich achter bepaalde huisdeuren afspeelt. Het aantal gevallen van huiselijk geweld

en de daarbij betrokken kinderen overstijgt de verwachtingen en de aantallen liggen hoger dan we denken. Ik sta er telkens weer versteld van hoe wreed en meedogenloos mensen kunnen zijn ten opzichte hun soortgenoten. Zelfs eigen kinderen of die van hun nieuwe partner worden niet ontzien.

In sommige gevallen gaat het zelfs zo ver dat de nieuwe partner boven alles gaat en het kind een ondergeschikte positie krijgt in de nieuwe gezinssamenstelling. Ik kan me niet voorstellen dat je partner kinderen mishandelt zonder dat je daar iets van merkt. Het kind gaat geleidelijk ander gedrag vertonen en onverklaarbare blauwe plekken moeten toch alarmbellen bij een partner laten rinkelen? Hoe kan een (stief)-moeder c.q. vader zo harteloos en meedogenloos met een kind omgaan? Hem of haar manipuleren en traineren alsof het een stuk speelgoed is waar je naar believen mee kunt doen en laten wat je wilt. Vaak zonder maar zelfs ook met medeweten van de ander.

Kinderen die uit puur winstbejag tegen betaling worden aangeboden aan vreemden. Dat is te ziek voor woorden. Jaren geleden kreeg ik een artikel onder ogen over een minderjarig kindje dat seksueel gebruikt was. Tijdens de rechtszitting werd er van de dader een in beslag genomen geluidstape afgespeeld waarop te horen was hoe het kind zich gillend van angst en pijn moest onderwerpen aan de seksuele grillen van haar belager.

De rechtbank vond dit tijdens de zitting te shockerend om aan te horen en de tape mocht niet als bewijs gebruikt worden tijdens het verdere verhoor! Nee natuurlijk niet, want stel je voor dat je getuige bent van een drama en je menselijke gevoel gaat meespelen bij het bepalen van de strafmaat. Je bent dan immer bevooroordeeld.

Letters en woorden op steriel wit papier hebben immers veel minder impact dan een geluidsopname die je deelgenoot maakt van het doorstane trauma van het kind. Daar wil toch niemand direct of indirect getuige van zijn? De dader moet immers een eerlijke kans krijgen, toch? De rol van het slachtoffer is ondergeschikt.

Ambulanceverhalen: Dit wil ik niet......

Het jochie waar ik bij geroepen wordt is niet ouder dan een jaar of vijf. Ik heb geen flauw benul welke problematiek zich binnen dit gezin afspeelt maar zodra ik het kindje onder ogen krijg weet ik gelijk dat er sprake is van een recidiverende mishandeling. Het jochie bibbert en trilt aan een stuk door en het verhaal van de moeder en aanwezige stiefvader is warrig en hapert aan alle kanten.

Het ventje is volgens hun zeggen vervelend gevallen en heeft last van zijn beentjes. Ik pak het bibberende kindje op en leg hem op de bank om hem beter te kunnen onderzoeken. Hij kijkt me met doffe angst ogen aan en bij elke beweging die ik maak zie ik hem ineenkrimpen. Het doet me denken aan de reactie van een hond ineenkrimpt voordat hij afgerammeld wordt. Deze reflex maakt me extra voorzichtig omdat het geen natuurlijke reactie is wat bij een opgroeiend kind hoort.

Ouders die gewelddadig gedrag vertonen ten opzichte van een kind hebben vaak weinig te verliezen en het laatste waar ze op zitten te wachten is politiebemoeienis of een onderzoek wat in dit geval bijna zeker zal leiden tot hun arrestatie. Terwijl ik het jochie voorzichtig ontdoe van zijn spijkerbroekje zie ik op beide bovenbenen grote blauwe plekken zitten. Ten eerste zijn ze zeker niet recent en ten tweede zijn ze niet veroorzaakt door een normale val van het ventje. De blauwe verkleuringen op de bovenbenen zijn niet logisch en ook niet verklaarbaar. Als ik hem op zijn zij draai zie ik vurige wonden op zijn billen die ik alleen maar als tweedegraads kan interpreteren. Op mijn vraag hoe hij aan deze verwondingen is gekomen, antwoord zijn moeder dat hij ongelukkig van de tafel is gevallen en daarbij hete thee over zich heen heeft gekregen. “Ja mijn grootje, mij strooi je geen zand in de ogen, zus”, denk ik.

Ik trek zijn broekje weer omhoog en het valt me op dat hij niet helder uit zijn ogen kijkt. Zijn blik is apathisch en zijn oogjes zijn dof… levenloos. Zijn blik vertelt me woordeloos dat het leven langzaam uit hem aan het wegvloeien is. Hij kan het mij niet vertellen maar die blik in zijn ogen…hij gaat dood!

Voorzichtig schuif ik zijn T-shirtje omhoog en zoals ik al verwachtte zie ik ook hier verkleurde bloeduitstortingen op zijn borst, buik en rug. Hij is letterlijk en figuurlijk lam geslagen en alle flexibiliteit en levenskracht is uit zijn lichaam verdwenen. Inwendig is hij al dood, het lichaampje heeft het bijna opgegeven. Onbewust voel ik aan dat alle hulp of een ziekenhuisopname voor het jochie te laat komt.

Voorzichtig pak ik hem op en zeg: “We nemen je mee naar de dokter, hou me maar stevig vast.” Ik zie hoe de moeder en stiefvader onderling blikken uitwisselen terwijl ik het ventje in mijn armen hou.

Ik heb geen idee of Jeugdzorg of anderen van deze situatie op de hoogte zijn. Voor de buitenwereld kunnen dit soort zaken lang verborgen blijven. Beseffen ze dat ze hier niet mee wegkomen of gaan ze er vanuit dat niemand argwaan krijgt?

Joost mag weten wat ze allemaal met dit hummeltje uitgevreten hebben de afgelopen weken, maanden of misschien wel jaren. Terwijl ik hem voorzichtig de trap afdraag stribbelt hij niet tegen, hij huilt niet en maakt geen enkel geluid. Misschien vind ik dit nog wel het meest beangstigend. Het enige wat ik hoor is zijn snelle ademhaling.

Hij is volledig uitgeput en hij heeft zelfs de kracht niet meer om zijn armpjes om me heen te slaan. Het ziekenhuis is op een steenworp afstand en ik besluit geen tijd te verliezen aan verder onderzoek of behandeling in de auto. Ten eerste wil ik zo snel mogelijk deze plek verlaten en ten tweede wil ik deze types, welke door de wet aangeduid worden als mensen, zo ver mogelijk uit mijn buurt hebben voordat ik mijn woede op ze ga botvieren.

Dit soort creaturen zijn het laagste uitschot van de maatschappij en medegedetineerden zullen er net zo over denken. Ik hoop dat de tamtam in de gevangenis snel zijn werk zal doen. Dit soort types kunnen in het Oranje Hotel op weinig sympathie rekenen.

Na enkele minuten arriveren we op de spoedeisende hulp en wordt het ventje onder de hoede van specialisten genomen.

Aangeslagen zitten we in de koffiekamer en laten onze gedachten en gevoelens de vrije loop. Na verloop van tijd komt de kinderarts de koffiekamer binnen en schudt zijn hoofd. Het ventje is vrij snel na aankomst in het ziekenhuis gereanimeerd en ondanks intensieve pogingen om hem te redden hebben ze de strijd verloren en moesten ze hem laten gaan. Al zijn reserves waren uitgeput en hij heeft geen schijn van kans gehad.

In de tussentijd dat artsen aan het vechten waren voor zijn leven heeft zijn moeder een zak kleding bij de balie van de eerste hulp afgegeven waarna ze weer vertrokken is omdat ze nog zaken moet regelen. Ja, wat heeft er op zo’n moment prioriteit? Geen enkele emotie, verantwoordelijkheid of betrokkenheid hebben de verpleegkundigen bij haar gezien.

Het eigenbelang prevaleert boven het doodzieke en hulpeloze kind. De een gaat op zo’n moment rustig een sigaret roken en de ander brengt een zak kleding. Snapt u het nog? Het is met geen pen te beschrijven hoe machteloos je bent als hulpverlener op dit soort momenten.

Het ventje is eindelijk verlost van zijn kwelgeesten die hem op de wereld gezet hebben. Hij heeft na eindeloos lijden rust gevonden in plaats van een lang, gelukkig en gezond leven. Aan de andere kant moet ik er ook niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als deze uitzichtloze situatie zich nog jaren voortgesleept had.

Het is aannemelijk dat hij de rest van zijn leven achtervolgd zou worden door zijn verleden met alle gevolgen van dien op latere leeftijd. Ik kan de situatie niet veranderen, niemand kan dat, laat staan op het goede moment de juiste inschatting maken. Waar ik grote moeite mee heb is het feit dat deze kwelgeesten na hun veroordeling jaren later opnieuw aan kinderen kunnen beginnen. Gewoon alsof er niets gebeurd is. Niemand kan hun het ouderschap ontzeggen, hooguit ontnemen in een later stadium. Maar dan is het leed alweer geleden. Hopelijk zal het recht in deze situatie zegevieren. Een onschuldig leven werd door eigenbelang uiterst pijnlijk beëindigd.

Cessante causa cessat et effectus…Als de oorzaak stopt, stoppen de gevolgen!

Dit is één van de vele verhalen van ambulancebroeder R.A. de Jong, (waarvan Westlanders.nu al meer van mocht publiceren) die zijn inmiddels 38 jaar ervaring op de praktijkvloer deelt in zijn 3e boek 'Maar ik heb helemaal geen centjes voor de begrafenis.'